Naar het overzicht

Vertrouwen in de markt

Het geloof in marktwerking staat onder druk. Lonen stijgen maar niet en de vraag leeft of de arbeidsmarkt wel eerlijk is. Ik kruiste deze week in een rokerig zaaltje met drie academici met verschillende politieke kleuren de degens over rechtvaardige inkomensverdeling. Het gaat dan snel over ongelijkheid en daar kwamen we dus niet uit. Over de feiten geen discussie, wel over de oorzaken en zeker over de oplossing.

In de laatste jaren is de inkomensgroei achtergebleven bij de groei in productiviteit en winst. In sommige politieke kringen klinkt dan meteen de roep om actie. Ik heb als belegger uiteraard het nut en de noodzaak van de markt gepredikt, maar ook drie punten ingebracht.

Het spannendste deel van het debat ging over inkomensverschillen. Dat de ongelijk toeneemt, was geen punt van discussie. Ik bracht enige nuance aan door de olifantgrafiek van Wereldbankeconoom Branco Milanovic van stal te halen. In de afgelopen twee decennia hebben vooral de middenklasse in ontwikkelingslanden en de global elite de inkomensgroei voor rekening genomen en niet de middenklasse in de westerse wereld. Binnen landen neemt de ongelijkheid dus toe, maar wereldwijd af. Dat is vervelend, maar niet onrechtvaardig. Het is het effect van globalisering. Vraag en aanbod van arbeid overschrijden de landsgrenzen.

Zolang iedereen de kans krijgt om met hard werken veel geld te verdienen, is ongelijkheid geen probleem. De uitkomsten mogen best verschillen als de kansen maar gelijk zijn. En daar wringt de schoen. Ik maak mij zorgen als ongelijkheid binnen landen de groei en vooruitgang remt. De plek van de wieg, het salaris van de ouders en de sociale achtergrond mogen niet bepalend zijn voor succes, terwijl dat in toenemende mate het geval is. De opwaartse mobiliteit neemt af en talent krijgt niet altijd de kans tot ontplooiing. Sommigen kijken naar de overheid voor de oplossing. Ik geloof in onderwijs.

Een ander hot topic was het rendementsverschil tussen arbeid en kapitaal. Bedrijfswinsten groeien enorm, terwijl lonen mondjesmaat stijgen. Supply siders zullen beargumenteren dat dat geen probleem is doordat in geval van trickle down economics uiteindelijk iedereen profiteert. Ik twijfel, omdat dit alleen het geval is als markten werken, terwijl bedrijven ernaar neigen hun overwinsten te beschermen met monopolistisch gedrag. Dan is er wel een marktmeester nodig om markten te laten werken. Een deel  van de scheve verhouding tussen arbeid en kapitaal is echter het gevolg van globalisering, technologische ontwikkelingen en gratis geld. Alleen aan het laatste zouden we iets moeten doen.

Wij kwamen in het ongelijkheidsdebat niet nader tot elkaar, maar het is goed dat het gevoerd werd. Ik schrok enigszins dat het geloof in de markt beperkt is, maar begrijp het wel. Als iedereen de kans krijgt om door middel van hard werk veel te verdienen is er geen vuiltje aan de lucht. Als econoom wil ik wel stellen dat je alleen in een markteconomie echte groei krijgt. Maar ook dat je soms marktmeesters nodig hebt om de markt echt te laten werken en de barrières die dat verhinderen worden gesloopt. 

De auteur

Roelof Salomons

Aanmelden

Laat je e-mailadres achter en ontvang de nieuwste editie als eerste in je mailbox