Naar het overzicht

Het inflatiejaar 2019

Terwijl bijna alle beleggers zich druk maken over het tijdstip van de recessie in de Verenigde Staten kan het ‘pre-recessiejaar’ 2019 weleens het jaar worden van inflatie. Met hogere korte rentes tot gevolg.  

Ieder jaar rond deze tijd organiseren we bij Kempen een outlookseminar voor klanten. Vorig jaar riep ik dat financiële markten nog een rondje in de achtbaan zouden maken. Geniet ervan zolang het kan, was destijds de boodschap. Het voelt soms niet lekker, maar achteraf is het zonde als je niet bent ingestapt. Dit seminar kwam de vraag of we nog een rondje hebben te gaan. Een volledig rondje is onwaarschijnlijk, maar het is ook te vroeg om uit te stappen.

De (beleggings)wereld maakt zich momenteel vooral druk over het tijdstip van de recessie in de Verenigde Staten. In een eerdere column schreef ik dat aan de hand van de boodschap die de obligatiemarkt afgeeft 2020 het meest voor de hand liggende recessiejaar is. In de afgelopen weken heb ik geen researchrapport voorbij zien komen, waarin iets anders wordt beweerd. 2020 is zo consensus… daarmee is dus geen geld te verdienen.

Door dus naar de volgende grote haai achter de boot: 2019. Het jaar voor de recessie, waarin inflatie het verhaal wordt. Hoe de recessiegeest uit de fles komt, is nog onduidelijk. Denk aan de kaak van een krokodil. De kaak kan dichtklappen aan de bovenkant (rendement op kapitaal) als gevolg van het leeglopen van excessen in financiële markten zoals tijdens recente recessies het geval was. De onderkaak kan zich sluiten als kapitaalkosten en rentes oplopen, doorgaans als reactie van de centrale banken op hogere inflatie in de reële economie. Voor de puristen: ook beide kaken kunnen dichtklappen.

Krokodil

Tijdens het outlookseminar vorig jaar toverde ik de krokodil tevoorschijn toen ik zocht naar excessen en/of inflatie. Excessen in de markt voor bedrijfsleningen blijven een probleem. De interest coverage (hoeveel keer een onderneming haar rentelasten verdient) blijft laag, maar is vooralsnog beheersbaar. Financiële directeuren zijn hun baan niet waard als ze schulden niet met een zo lang mogelijke looptijd gefinancierd hebben tegen vaste rentes. Wat verder helpt is dat in de Verenigde Staten bankleningen slechts 18% uitmaken van de niet-financiële schuld. Daardoor treedt er bij faillissementen minder snel instabiliteit op in de financiële sector

En dan door naar de inflatie, waarover ik me jaren geen zorgen heb gemaakt. Het zal mijn Japan-ervaring zijn. Maar er is iets aan het schuiven, en als niemand zich zorgen maakt, moet ik het misschien doen. Want mogelijk krijgt de Federal Reserve een tweede keer gelijk. Dit jaar hebben ze voor het eerst met vier keer renteverhogingen de daad bij het woord kunnen voegen. Voor het eerst in jaren hoeft de Fed niet terug te krabbelen vanwege lagere marktverwachtingen.

De markt rekent erop dat de Amerikaanse rente eind 2018 2,37% zal zijn, eind 2019 2,84% en eind 2020 ook. De dot plot geeft aan dat de Fed eind 2019 rekent op een een rente van meer dan 3%, en doorgaat met verhogen naar 3,4%. Waarom? Blijkbaar ziet de centrale bank iets aankomen.

Hoe langer ik erover nadenk hoe meer ik ook iets zie. Het IMF zet het voor de cyclus gecorrigeerde Amerikaanse overheidstekort op 6,8% volgend jaar. Zoals eerder aangehaald daalt de geldgroei, en trekt de kredietgroei juist aan. Deze trend zet door op basis van de voorlopende indicatoren. De loongroei, nu 2,9%, zal verder accelereren als we de oplopende ‘quit rate’ mogen geloven. De spaarquote (6,7%) heeft ten slotte nog ruimte om te dalen. Dat zijn voldoende redenen om te verwachten dat 2019 het jaar wordt van inflatie. Met hogere korte rentes tot gevolg.  

De auteur

Roelof Salomons

Aanmelden

Laat je e-mailadres achter en ontvang de nieuwste editie als eerste in je mailbox