Naar het overzicht

Trumps boemerang

Financiële markten hebben weer economische zorgen, nu president Trump importtarieven op staal en aluminium wil. Retoriek over globalisering is makkelijk, maar het proces is, als het eenmaal loopt, niet simpel om te keren.

Ik wilde schrijven over innovatie, maar werd ingehaald door de actualiteit. Vorige week kondigde president Trump importtarieven aan op staal (25%) en aluminium (10%). Tijdens de verkiezingen claimde hij dat andere landen ten koste van de Verenigde Staten profiteren van vrijhandel. Hoewel onterecht, resoneerde dit bij zijn achterban, vooral in de Rust Belt. Wie dacht dat de soep niet zo heet gegeten zou worden, juichte te vroeg. Blijkbaar konden Trumps adviseurs hem niet afremmen en riskeren we nu een handelsoorlog. En dus moet het over destructie gaan in plaats van innovatie; anders kan ik het helaas niet omschrijven. 

Handelsvraagstukken zijn complex en niet te karakteriseren als een spel met winnaars óf verliezers. Gemiddeld genomen wordt iederéén beter van vrijhandel, maar vrijhandel gaat wel gepaard met herverdelingsvraagstukken. Als beleidsmakers zich ergens om zouden moeten bekommeren, dan is het om de verliezers bij dit herverdelen. Hun probleem los je niet op met handelsbarrières, die komen als een boemerang terug. Drie keer zelfs:

 

  1. Een importtarief op staal helpt de staalarbeider, maar is slecht voor de arbeiders in de auto-industrie. ‘America first’, maar welk Amerika? In de Verenigde Staten zijn meer bedrijven die staal gebruiken dan bedrijven die het produceren.

  2. De grootste handelspartners van de Verenigde Staten – Europa en China – laten Trumps importtarieven waarschijnlijk niet over hun kant gaan. De eerste reactie van Jean-Claude Juncker namens Europa was tekenend. Hij dacht ‘hardop’ na over een importheffing van 25 procent op Amerikaanse importproducten als whiskey (met ‘e’ want zonder is voorbehouden aan de Schotten), spijkerbroeken en motoren. China houdt zich wijselijk rustig, maar zal zeker reageren.

  3. Omdat de staalarbeider in Pennsylvania beschermd moet worden, is er grote kans dat iedereen meer moet gaan betalen. Ga maar na: als de initiële effecten van de importtarieven inflatoir zijn, kan de Fed dit dan negeren, met als argument dat de toekomstige effecten eerder economische groei zullen afremmen? Ik denk het niet. Als de prijzen oplopen, zullen centrale banken de rente verhogen. Je zal maar net een hypotheek hebben afgesloten.

In de economische geschiedenis zijn meer perioden geweest waarin de Verenigde Staten intern gericht waren. Onder Bush in 2002 bijvoorbeeld (ook importtarief op staal, later herroepen onder druk van de Wereldhandelsorganisatie) en onder Nixon in 1971 (onder meer een importheffing van 10%). Echt zorgwekkend waren de Smooth-Hawley tarieven die in 1930 ingingen. Economische historici stellen dat die de grote depressie in de jaren dertig verdiept en verlengd hebben.

Retoriek over globaliseringis makkelijk, maar het proces is niet simpel om te keren. Dan krijg je gewoon nogmaals dat herverdelingsvraagstuk: in dit geval eerst de staalarbeider, en dan de arbeider in de autofabriek. Paul Krugman beschreef dit ‘omkeren’ als de automobilist die over een voetganger heenrijdt en vervolgens – om het probleem ongedaan te maken – de auto in zijn achteruit zet en dit nog eens doet.

Vooralsnog kan er maar één conclusie zijn. De onzekerheid in de wereldeconomie is toegenomen. De ingeslagen richting is niet de juiste.  

De auteur

Roelof Salomons

Aanmelden

Laat uw e-mailadres achter en wij sturen u de laatste updates.