Naar het overzicht

Een grote taart bakken

De opkomst van het populisme laat zien dat economie om meer draait dan cijfers in een spreadsheet. Het gaat uiteindelijk om de verdeling van de schaarse middelen, en de strijd daarom. De hoogste tijd dat er meer aandacht komt voor het laten groeien van de taart, die we moeten verdelen.

Enkele maanden geleden werd ik gevraagd mee te denken over de relatie tussen opkomend populisme, de economie en financiële markten. Op het oog leek het verzoek financieel gemotiveerd. Hoe het vermogen in stand houden bij zorg over lagere groei, hogere belastingen en terugkeer van inflatie? Onderliggend ging het echter over dieperliggende vragen, waar het in de economie altijd om draait: de verdeling van schaarse middelen en de daarmee samenhangende moraliteit.

Technologische vooruitgang en globalisering leiden tot een hogere groei en lagere inflatie. De ongelijkheid tussen landen is erdoor afgenomen, maar binnen landen juist toegenomen. Als gevolg van lage rentes en stijgende prijzen van financiële activa is de verdeling tussen arbeid en kapitaal nog niet eerder zo scheef geweest. De frustratie hierover komt via de stembus tot uitdrukking. Volgens politicoloog en populisme-expert Cas Mudde zijn lage inkomensgroei in combinatie met sociale factoren zoals gebrek aan vertrouwen, trots en identiteit de ideale voedingsbodem voor populisme.

Deze column biedt te weinig ruimte voor het antwoord op alle populistische uitdagingen. Mijn antwoord zou beginnen met de boodschap dat globalisering en technologische ontwikkelingen niet simpel en pijnvrij teruggedraaid kunnen worden. Dat hervormingen noodzakelijk zijn om de gezondheidszorg, onderwijs en pensioenen op hetzelfde niveau te houden. Net als de erkenning dat de verdeling tussen arbeid en kapitaal ongezond scheef is en winstmaximalisatie geen ‘race to the bottom’ moet zijn, met als inzet lage lonen en zo min mogelijk belasting betalen. Ook moeten de zorgen over immigratie worden geadresseerd. Deze lijst is niet uitputtend, en ook niet zonder waardeoordeel.

Als het duur is om beloften uit het verleden waar te maken dan zijn extra inkomsten nodig. Niet via hogere belastingen of nog meer verdelen, maar door de taart te laten groeien. De uitdagingen liegen er niet om, maar de optimist in mij ziet verandering. In het bedrijfsleven verschuift de aandacht van kortetermijnwinstmaximalisatie naar langetermijnwaardecreatie voor alle stakeholders. Academici en beleidsmakers richten zich behalve op groei ook op de verdeling van arbeid en kapitaal. Centrale bankiers en politici pleiten voor hogere lonen.

Aan de trend van steeds vrijere markten, minder regulering en lagere belastingen komt waarschijnlijk een einde. De overheid gaat een grotere rol krijgen in het economisch verkeer. In mijn kringen is dat vloeken in de kerk, maar het is niet per se verkeerd. Overheidsingrijpen gericht op het opknippen van monopolisten is economisch verantwoord en een sociaal vangnet voor mensen die tijdelijk buiten de boot vallen, is sociaal rechtvaardig. Als een marktoplossing (nog)niet voorhanden is, kan de overheid tijdelijk een extra duwtje geven om de grote maatschappelijke problemen te adresseren.

Een vergelijking met de periode 1930 – 1960, toen de neergang in groei en ongelijkheid van de depressie bestreden werden, is mogelijk. Toen gaf de overheid aanzet tot grote infrastructuurprojecten, innovatie, educatie en de sociale verzorgingsstaat. De parallel naar uitdagingen rondom energietransitie, vergrijzing, permanente educatie en infrastructuur heden ten dage is niet moeilijk te trekken. Daarin investeren levert een grotere taart op om gezamenlijk te verdelen. Nu en in de toekomst.

Ik ben en blijf econoom. Als we nominale groei kunnen bewerkstelligen en de herverdelingsvraagstukken aanpakken, daalt de kans op een wereld met oplopend populisme, hogere belastingen en protectionisme. Ik ben ervan overtuigd dat dat in ieders belang is.

De auteur

Roelof Salomons

Aanmelden

Laat uw e-mailadres achter en wij sturen u de laatste updates.