Naar het overzicht

Parelvissen met Pareto

Het gemiddelde aandeel bestaat niet. Nieuw onderzoek laat zien dat slechts een handjevol aandelen verantwoordelijk is voor het gemiddelde rendement. Had je die niet, dan had je pech.

Afgelopen week was de afsluiting van het academisch jaar. Het moment om studenten in de schijnwerpers te zetten. Dat gebeurt traditioneel onder veel vertoon in de aula, de plek waar ik ruim tien jaar geleden mijn onderzoek verdedigde naar de risicopremie op aandelenmarkten. Op de lange termijn leveren aandelen meer op dan obligaties of het aanhouden van kasgeld. Hoeveel exact is de puzzel, die beleggers en academici al jaren bezig houdt.

Het vraagstuk heeft nog altijd mijn interesse. Laat er nu net een onderzoek gepubliceerd zijn, dat nieuw licht werpt op de historische vergoeding. In een artikel dat binnenkort gepubliceerd wordt in de Journal of Financial Economics berekent Hendrik Bessembinder, dat slechts vijf aandelen (Apple, Exxon, Microsoft, GE en IBM) verantwoordelijk zijn 10% van de totale waardecreatie in Amerikaanse aandelen sinds 1926. De vijftig best presterende aandelen verklaren 40% van het totale rendement.

Het beste datapunt is dat ruim de helft van de circa 25.000 aandelen, die sinds 1926 op de Amerikaanse beurs genoteerd stond een slechtere belegging was dan kasgeld (eigenlijk T-bills, maar dat is voor de fijnproevers).

Er zijn vergelijkbare studies gedaan naar het wel of niet in de markt zitten op cruciale handelsdagen. Ik zal er nog een keer serieus onderzoek op loslaten omdat de cijfers die op internet circuleren onbetrouwbaar overkomen. Laten we het er voor nu op houden dat je door het missen van de tien beste dagen op de beurs het gemiddeld gezien nog steeds beter doet dan kasgeld, maar al wel een stuk minder.

Een probleem met dergelijke sommetjes is dat je evengoed de tien slechtste dagen kunt weglaten, want zonder de tien beste en slechtste dagen is het rendement weer vergelijkbaar met altijd belegd zijn. En laat het nou extreem lastig zijn om het juiste moment te prikken om in en uit de markt te zijn. De beste en slechtste dagen liggen ook ‘toevallig’ vaak dicht bij elkaar. Sla de jaarboeken van 1929, 1931, 1933 en 2008 maar erop na.

De Italiaanse econoom Vilfredo Pareto constateerde dat 20% van de bonenplanten in zijn tuin voor 80% van de oogst verantwoordelijk was. Hij ging verder op onderzoek uit en ontdekte dat 80% van het land in Italië in bezit was van 20% van de mensen. Dezelfde regel gaat op voor rendementen op de Amerikaanse beurs. Het wel of niet hebben van een handvol aandelen heeft een groot rendementsverschil tot gevolg. Het is alleen nog extremer dan wat Pareto dacht toen hij zijn planten bestudeerde en de basis legde voor het Pareto-principe.

Hetzelfde principe gaat op voor beleggers. Van de rendementen door de tijd heen wisten we dat al, maar voor de opbouw (welke aandelen) geldt het ook. De conclusie uit de bovengenoemde studies is dat rendementen niet normaal zijn, maar scheef verdeeld naar rechts en met dikke staarten. Vooral de uitschieters aan de rechterkant van de verdeling doen er toe. Het missen van de echte uitschieters zorgt ervoor dat veel beleggers het net iets minder doen dan gemiddeld. De les voor beleggers is simpel? Richt je als actieve beleggers op het vinden van de echte pareltjes. Of ga voor optimale spreiding. Alles ertussen in is zonde van de tijd en kosten.

De auteur

Roelof Salomons

Aanmelden

Laat je e-mailadres achter en ontvang de nieuwste editie als eerste in je mailbox