Naar het overzicht

Glazen Bol

18 oktober 2019

Soms krijg je een meewarige blik als je zegt dat je econoom en belegger bent. Probeer je dan te voorspellen? Dat kan toch helemaal niet? Heb je een glazen bol of zo? Laat ik proberen daar eens en voor altijd een eind aan te maken.

Nee, ik heb geen glazen bol. En financiële markten en economische ontwikkelingen zijn inderdaad lastig te voorspellen. Als ik mijn vakgebied probeer uit te leggen aan studenten, klanten en anderen zet ik altijd twee wijze lessen in: Ten eerste kan je proberen om het net iets vaker goed te hebben dan gemiddeld. Ten tweede moet je – als je fout zit – de verliezen beperken. Het is het een of het ander. En alleen de allerbesten onder ons kunnen beide. 

Laat ik beginnen met de kansverdeling. We weten allemaal dat de markt random is. Een van de meest irritante vergelijkingen die altijd gebruikt wordt, is die van de pijlen gooiende chimpansees. Dat is ook random. Beleggers zouden het beter moeten doen; wat is zijn hitratio? Is die groter dan 50 procent? Dan is het goed; dan heeft hij skill. Het hoeft echt geen 60 procent te zijn. Dat was een van de eerste lessen die ik kreeg toen ik net begon met werken. De crux zit hem erin hoe vaak je deze skill kan gebruiken. De vergelijking met een casino spreekt boekdelen. In het casino heeft het ‘huis’ weinig skill maar wel een groot voordeel. Het kan het roulettewiel vaak laten draaien. 

In onze industrie is het niet anders. Je moet als belegger op zoek naar je skill en op zoek naar een manier om die toe te passen. Zo vaak mogelijk. Het heeft dus niets met een glazen bol te maken. Ik vergelijk het eerder met een random proces, waarbij ons werk erop gericht is om door middel van analyse de waarschijnlijke uitkomst van dit proces in ons voordeel te beïnvloeden. Hebben we betere of meer (achtergrond)- informatie? Kunnen we die beter analyseren? En kunnen we deze bevindingen vervolgens beter implementeren? In één (of de combinatie) van die punten zit het verschil met een volledig efficiënte markt; dit verschil dat zorgt voor een hitratio die iets groter is dan 50 procent. 

Maar dan zijn we nog niet klaar: als je het goed hebt is het wel fijn dat het je dan ook iets oplevert. En dat je het verlies weet te beperken als je het fout hebt. Kunnen we posities zo schalen dat winnende posities meer opleveren dan de verliezende posities kosten. U herkent een beursmantra uit de oude doos: cut your losers and let your winners run. Makkelijk gezegd, maar moeilijk in de uitvoering. Wetenschappers halen hier altijd het ‘dispositioneffect’ aan. Dit is het psychologische probleem dat we de neiging hebben bang te zijn om winst kwijt te raken en te vroeg aandelen verkopen. Daartegenover staat de hoop, hoop dat de verloren posities weer terugkomen. Die hoop houden we te lang vast.

Ik heb dus geen glazen bol, maar wel twee literatuursuggesties. Wilt u nog iets rustig nalezen dan moet u eens ‘googelen’ op ‘Fundamental law of active management’ en het ‘Kelly criterion’. De kortst mogelijke samenvatting hiervan heeft u net gelezen.

We hopen dat u heeft genoten van de Salomons' Oordeel colums. Dit is de laatste editie. 

De auteur

Roelof Salomons

Aanmelden

Laat je e-mailadres achter en ontvang de nieuwste editie als eerste in je mailbox

News & Knowledge