Naar het overzicht

De cyclus is nog niet dood, lange leve de cyclus?

03 juni 2019

Het is gelukt. Deze economische cyclus is de langste uit de historie. Van harte! En nog vele jaren?

Eind 2016 stelde ik ten overstaan van een volle zaal klanten dat zij mijn presentatie het beste konden onthouden aan de hand van enkele cijfers. Zoals het cijfer 87. Dat stond voor het langste aantal maanden op rij van economische expansie, sinds het National Bureau of Economic Research (NBER) het in 1854 bijhoudt.

In 2016 was deze cyclus de op drie na langste ooit. De cyclus daarvoor, tussen november 1982 en augustus 1990, duurde 92 maanden en kende een gemiddelde groei van 4,3% per jaar. Ik dacht in 2016 dat het zelfs wel zou lukken om de cyclus uit de jaren zestig van de vorige eeuw van 106 maanden uit de boeken te krijgen. Maar dan hè? De vraag destijds was dan ook of er nog meer in het vat zat.

De langste cyclus uit de historie herinneren de meesten van ons zich wel. Dat was de (technologie)cyclus, die van maart 1991 tot begin 2001 duurde. Dat waren 120 achtereenvolgende maanden van groei, die met gemiddeld 3,6% per jaar respectabel was te noemen.

Nu het juni is en de zomer aanbreekt, is ook dat record gebroken. Toch knaagt er iets. De gemiddelde groei gedurende deze cyclus is slechts 2,3% per jaar geweest. Ook de inflatie is laag. Waar zal deze expansie eindigen? Een gevleugeld gezegde is dat een cyclus overlijdt aan ouderdom, maar vermoord wordt door de centrale bank. In een vorige column stelde ik echter dat het daarvoor te vroeg is.

Bek van de krokodil

Om het einde van de cyclus te kunnen bepalen, gebruik ik graag de metafoor van de bek van de krokodil. De bovenkaak van het reptiel gaat omlaag als het rendement op kapitaal (groei) onder druk staat. De onderkaak gaat omhoog als kapitaalkosten (rente) oplopen. Maar waar ik ook kijk, ik neem nergens excessen waar. Niet in de financiële markten en niet in de reële economie.

Een checklist dan. De termijnstructuur knippert oranje. De rentecurve is op zijn minst zo plat als een pannenkoek. Voor sommige looptijden is hij echter al invers. De waarderingen op de aandelenmarkten en de kredietvergoeding op bedrijfsobligaties geven echter geen reden tot zorg.

Door naar de economie. Ook bedrijven investeren niet excessief. De wereldwijde groei is lager dan 5% (was 8% in 1999 en 11% in 2007). De bedrijfsbalansen zijn bovendien gezond en de winstgevendheid is op peil. En hoewel de fusie- en overnamemachine draait en het aantal beursintroducties stijgt, hebben beide nog geen zorgwekkende niveaus bereikt.

Mijn conclusie? Het einde van de huidige cyclus is nog niet in zicht. Waarschijnlijk is dat pas het geval als iedereen roept dat het dit keer echt anders is. Ook vanuit die hoek is het echter stil. Wedden dat er nog minstens twaalf maanden bijkomen?

De auteur

Roelof Salomons

Aanmelden

Laat je e-mailadres achter en ontvang de nieuwste editie als eerste in je mailbox

News & Knowledge