Naar het overzicht

Nu, Institutioneel - Worstelen met de renteafdekking

11 oktober 2022

De inflatie is torenhoog, de rente stijgt. De dekkingsgraad van pensioenfondsen neemt daardoor vanzelf toe…  
Na jaren rentes te hebben zien dalen, waarbij op de korte looptijden zelfs negatieve rentes niet vreemd waren, lijkt het nu alsof eindelijk de zon doorbreekt: de rente stijgt met als gevolg een positieve bijdrage aan de dekkingsgraad van pensioenfondsen.

Voor de dekkingsgraad, de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen – de toegezegde pensioenen –, is de rente een belangrijke component. Reden is dat pensioenfondsen op basis van de rentestand bepalen hoeveel geld ze nu nodig hebben om straks het toegezegde pensioen te kunnen uitkeren. Daalt de rente, dan worden de verplichtingen duurder, oftewel pensioenfondsen hebben dan meer geld in kas nodig. Nu vindt sinds kort dus het omgekeerde plaats, de verplichtingen worden ‘goedkoper’.

Overigens kent de stijgende rente ook een keerzijde, namelijk dalende aandelenmarkten. Hierdoor slinkt het vermogen van de pensioenfondsen. Toch loopt per saldo de dekkingsgraad van pensioenfondsen veelal op, omdat rentes van grote invloed zijn en de rentestijgingen momenteel fors zijn.

De verwachting is dat de rente nog verder stijgt. Kunnen pensioenfondsen nu rustig stilzitten?  
Het ligt genuanceerder. Een belangrijk onderdeel van de portefeuille van pensioenfondsen is de zogeheten renteafdekking. De renteafdekking heeft als doel de waardeverandering van de verplichtingen op te vangen veroorzaakt door rentefluctuaties. Simpel gezegd: wanneer de verplichtingen duurder worden als gevolg van dalende rentes, moet het pensioenfondsvermogen aan de andere kant van de balans stijgen. Zo kan toch blijvend voldaan worden aan de (duurdere) verplichtingen en blijft de dekkingsgraad (enigszins) stabiel. Renteafdekking is daarmee een instrument dat de delicate balans zoekt tussen verplichtingen en vermogen.

Er zijn diverse keuzes te maken voor het inrichten van de renteafdekking. Bijvoorbeeld of een pensioenfonds veel of weinig renterisico wil nemen en hoe het fonds wil omgaan met de afdekking per looptijd. Dit laatste is doorgaans afhankelijk van het deelnemersbestand en de daaruit voortvloeiende verplichtingen.  

Een hoge mate van renteafdekking helpt in de meeste gevallen de kans te verkleinen dat een fonds dusdanig diep of lang in tekort terecht komt, dat het een onvoorwaardelijke korting op de uitkeringen moet toepassen. Anderzijds, wanneer de rentes stijgen heeft een pensioenfonds veel minder opwaarts potentieel bij een hogere renteafdekking. Bij een lagere renteafdekking zijn de effecten vice versa. 

Er zijn grofweg twee methoden voor renteafdekking. Statische renteafdekking met een vast renteafdekking-percentage en dynamische renteafdekking. Deze laatste vorm kan gekoppeld zijn aan de dekkingsgraad maar is meestal gebaseerd op een rentestaffel. In dat laatste geval loopt de renteafdekking op bij een stijgende rente en daalt de renteafdekking bij een dalende rente. Het idee hierachter is dat je als pensioenfonds enigszins profiteert van de rentebewegingen. 

Door de plotselinge veranderingen van de renteniveaus staat de renteafdekking bij pensioenfondsen nu volop in de schijnwerpers. In het geval van een dynamische renteafdekking zullen de oplopende rentes automatisch zorgen voor het raken van een triggerniveau, wat volgens het beleid zou moeten leiden tot een verhoging van de renteafdekking. Pensioenfondsen met een statische afdekking willen wellicht in deze omstandigheden hun risicoprofiel verlagen met een verhoogde renteafdekking. Ongeacht de exacte inrichting van het rentebeleid, is het op dit moment verstandig hier extra aandacht aan te besteden. 

Hoe zit het met de renteafdekking in het nieuwe pensioenstelsel?
Binnen een DB-regeling in het huidige stelsel delen alle deelnemers renterisico, dat voor iedereen in dezelfde mate is afgedekt. In het nieuwe, meer individuele, stelsel is dat anders. Er zal gebruik gemaakt worden van een lifecycle-renteafdekking waarmee elke leeftijdsgroep de voor haar gewenste mate van afdekking krijgt. Deze inrichting is vergelijkbaar met hoe het momenteel binnen de DC-regelingen werkt. 

Ouderen zijn gebaat bij een hoge mate van afdekking, zodat het risico op mogelijke schommelingen van hun uitkering tot een minimum beperkt wordt. Voor jongere deelnemers is het aantrekkelijker om met hun nog kleine pensioenkapitaal te kiezen voor aandelen met een hogere rendementsverwachting. Zij hebben bovendien een lange horizon waarover eventuele tegenvallende resultaten goedgemaakt kunnen worden. Daarnaast zullen zij nog veel premie inleggen. Desalniettemin biedt het afdekken van het renterisico, al dan niet in lage mate, voor jongeren wel degelijk voordelen. De blootstelling naar risico-vrije rente (staatsobligaties en swaps) biedt diversificatievoordelen en een efficiëntere portefeuille. Naarmate een deelnemer ouder wordt, neemt de aandacht voor risicomanagement en daarmee hogere renteafdekking toe.

Aarzelen pensioenfonds nu over het verhogen van de renteafdekking met lange looptijden?
Door de huidige marktomstandigheden heerst er aarzeling onder pensioenfondsen om de afdekking van met name de langste verplichtingen – welke horen bij de jongste deelnemers – te verhogen. De veronderstelling luidt dat pensioenfondsen de jongere deelnemers in de toekomst minder zullen afdekken dan nu het geval is. Ook pensioenfondsen zonder dynamisch rentebeleid maar met een hoge statische renteafdekking, maken zich zorgen over de omvang van hun langlopende afdekking. Zij zijn geneigd alvast hiervan een deel af te stoten. Uit onze analyses blijkt dat de langlopende rente afdekking, in tegenspraak met de intuïtie die veel partijen in de sector hebben, ook in het nieuwe stelsel nog steeds een belangrijke rol speelt. In ieder geval zal er meer kortlopende rentegevoeligheid moeten worden afgedekt, een hoge mate van bescherming voor ouderen lijkt immers de enige logische keuze. Voor een nadere uitwerking van deze analyse klik hier.

De hamvraag is dus: moet je als pensioenfonds nu actie ondernemen met je renteafdekking vanwege het nieuwe pensioenstelsel?
Ons antwoord op deze vraag is nee. Door nu te stoppen met afdekken van het langlopende renterisico of, in het geval van fondsen met een dynamische rentebeleid, hun rentestaffel niet door te voeren, nemen zij een groot risico. Het is immers nog niet duidelijk wanneer de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel plaatsvindt, hoe de gewenste renteafdekking er na invaren exact uitziet en wat het renteniveau is ten tijde van transitie.

Indien fondsen toch besluiten tot aanpassing van het rentebeleid, in de vorm van het niet verhogen of zelfs verlagen van de langlopende afdekking, zullen alle deelnemers hier negatief door geraakt worden wanneer de rentes dalen, met lagere pensioenuitkeringen tot gevolg. De oudste deelnemers zullen dit ‘verlies’ niet meer goed kunnen maken, omdat zij vanaf invaren naar verwachting een hoge tot volledige renteafdekking krijgen en daarmee al het opwaarts potentieel mislopen.

Met het oog op de onvoorspelbaarheid van de rentemarkten, is het verstandig het strategisch beleid te blijven volgen, inclusief eventuele rentestaffels. Indien er toch de wens bestaat om af te wijken van het beleid, dient dit te worden getoetst in een ALM-studie.

Rustig stilzitten is er voor pensioenfondsen niet bij, ondanks dat de rente nu stijgt.

Contact:

Britt Mulder
Robert Leenes
Wilse Graveland

Nu, Institutioneel ook ontvangen?

Laat uw e-mailadres achter en u ontvangt de volgende editie automatisch in uw mailbox.

 

Eerdere edities: 

Meer over Client Solutions