Naar het overzicht

Nu, Institutioneel - Sterke stijging CO2-prijs slaat gat in aandelenmarkten

15 december 2022

1. Aandelenkoersen kunnen tot bijna 30% dalen als de CO2-prijs circa 100 dollar hoger komt te liggen dan de huidige prijs, blijkt uit recent onderzoek van Van Lanschot Kempen. Hoe zit dit precies in elkaar?
Sinds twee jaar voert Van Lanschot Kempen jaarlijks onderzoek uit wat het effect op aandelenmarkten is van de CO2-prijs, het bedrag dat ondernemingen moeten betalen voor het recht om 1.000 kg CO2 uit te stoten. Deze rechten zijn in de Europese Unie verhandelbaar, maar dat geldt nog niet voor alle regio’s in de wereld.

Van Lanschot Kempen heeft een scenario doorgerekend waarbij de wereldwijde CO2-prijs plotseling met 100 dollar stijgt. De gevolgen voor de aandelenmarkten, blijkt uit analyse, zijn niet mals. De daling van de wereldwijde aandelenmarkten kan tussen de 6% en 29% liggen, variërend van 6% bij scope 1- en 2-emissies (uitstoot veroorzaakt door het bedrijf zelf en het gebruik van energie) tot 30% bij scope 1-, 2- en 3-emissies (scope 3 is uitstoot in de toeleverantieketen en het gebruik van het product). In Europa (inclusief Groot-Brittannië) slaat het CO2-effect zelfs nog iets harder toe, respectievelijk 9% en 30%. Relevant en interessant is te zien, zo blijkt uit de analyse, dat wereldwijde duurzame aandelen maar zeer beperkt last hebben van zo’n grote stijging van de CO2-prijs: respectievelijk 1% en 4% daling. Kortom, duurzame indices lijken aanzienlijk minder negatieve gevolgen te ondervinden dan de reguliere, ‘grijze’ indices. 

De keuze van een passende, duurzame benchmark is een oplossing. Hiermee kan voor een wereldwijde aandelenportefeuille het CO2-prijsrisico met 70-80% verminderen, blijkt uit het onderzoek. Voor een Europese aandelenportefeuille kan dit risico zelfs met 90% afnemen. 

2. Waarom verwachten we dat de CO2-koers sterk gaat klimmen en hoe groot is de kans daarop?
Om de doelen van het klimaatakkoord van Parijs te halen is het aantal beschikbare emissierechten, de ‘CO2-prijs’, beperkt en gaat dat aantal in de EU ook nog eens elk jaar omlaag. Uiteindelijk bepalen vraag en aanbod de prijs. Deze emissiehandel geeft bedrijven de keus om te betalen voor CO2-uitstoot of te investeren in blijvende, schonere productie. De jaarlijkse afname van het aantal rechten dwingt ondernemingen te investeren in duurzaamheid, en als eveneens de CO2-prijs stijgt neemt de druk op bedrijven alleen maar verder toe. Vandaag de dag ligt de gemiddeld wereldwijde prijs van CO2 op ongeveer 5 euro per ton. De verwachting is dat deze prijs de komende jaren zal klimmen. Sterker, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) stelde bij de recente klimaattop in Egypte dat de prijs naar minimaal 75 dollar moet. Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, verkondigde dat de prijs zelfs naar 100 dollar moet. Probleem is echter dat volgens de Wereldbank slechts een kwart van de mondiale CO2-uitstoot is beprijsd – één van de verklaringen voor de lage, huidige wereldwijde prijs.

Hoe dan ook, de kans op verder oplopende CO2-prijzen is in onze verwachting groot, ook vanwege de stijgende energieprijzen, geopolitieke spanningen en de in de EU recent aangekondigde invoering van CO2-grensheffingen. Vandaar dat het onderzoek van Van Lanschot Kempen uitgaat van twee scenario’s met een absolute prijsstijging van 100 dollar en 150 dollar.

3. Wat is het effect op pensioenfondsen en welke acties moeten ze ondernemen?
Pensioenfondsen kunnen hun aandelenportefeuilles herpositioneren om deze beter bestand te maken tegen veranderingen in de CO2-beprijzing. Minder beleggen in standaardindices maar meer in alternatieve duurzame indices is een mogelijkheid. Een index die bestaat uit ondernemingen die voorlopen op het gebied van duurzaamheid of de energietransitie, is immers beter beschermd tegen de risico’s van een hogere CO2-prijs.

Een voorbeeld van een duurzame(re) index is de MSCI World Low Carbon Leaders Index. Deze index sluit de grootste vervuilende bedrijven uit met als doel de CO2 voetafdruk met minimaal 50% te reduceren. Naast uitsluiting, een ‘negatieve’ vorm van ESG-integratie, is het ook mogelijk om positieve bijdragen te verwerken in een index. Van Lanschot Kempen heeft bijvoorbeeld in samenwerking met MSCI een maatwerk-index opgezet die naast de Low Carbon Leaders methodologie ook een expliciete doelstelling heeft tot het leveren van bijdragen aan geselecteerde Sustainable Development Goals (SDGs) van de Verenigde Naties. 

4. Hoe moeten zij hun portefeuille nog duurzamer maken?
Pensioenfondsen kunnen initiatieven voor bestrijding van klimaatverandering in hun beleggingsanalyses integreren om de portefeuilles te beschermen en te versterken. Dit kan worden bereikt door bestaande aandelenbelangen in vervuilende bedrijven te verminderen en tegelijkertijd deze aandelenbelangen te verruilen voor aandelen in ondernemingen die zich richten op een lage CO2-uitstoot of op de klimaattransitie. Een ander voorbeeld is het beleggen in groene technologie door nieuwe, gerichte allocaties binnen zowel private als publieke markten.

Verder zijn ook thematische strategieën mogelijk, bijvoorbeeld gericht op schone energie, schoon water, duurzame voedselvoorziening en landbouwgrond. Het zijn belangrijke allocaties voor de lange termijn die naar verwachting zullen profiteren van de klimaattransitie en die fysieke klimaatrisico’s zullen beperken. Beleggingen op het gebied van infrastructuur (beursgenoteerd en niet-beursgenoteerd) en op impact gerichte private-equity-strategieën met een focus op disruptieve technologieën, zijn ook een mogelijkheid om de CO2-risico’s te verminderen.   

5. Wat is voor pensioenfondsen de beste manier om zicht te houden op de co2-risico’s?
CO2-risico is te scharen onder de bredere noemer ‘duurzaamheidsrisico’s’ en kan voor het pensioenfonds leiden tot financiële- en reputatieschade. Om als pensioenfonds zicht te houden op deze risico’s, is het van belang deze in te bedden in het risicomanagement. Dit begint met het in kaart brengen van de risico’s en het beoordelen van de impact. Hierbij is het van belang ‘door de portefeuille heen te kijken’, omdat de impact van het risico vaak pas op ondernemingsniveau zichtbaar is. Op geaggregeerd niveau blijft immers de gevoeligheid van enkele grote vervuilers voor CO2-beprijzing onder de radar.

Voor ieder significant risico dient een indicator door het pensioenfonds vastgesteld te worden, in het geval van CO2 bijvoorbeeld de CO2-voetafdruk. Afhankelijk van de risicobereidheid van het fonds, kunnen verschillende instrumenten ingezet worden voor de vermindering van deze risico’s: bijvoorbeeld het uitsluiten van de grootste vervuilers in de portefeuille. Vervolgens bewaakt het pensioenfonds de aansluiting van openstaande duurzaamheidsrisico’s bij de risicohouding aan de hand van een rapportage met de indicatoren. In het geval het pensioenfonds de klimaatdoelstelling van het Parijsakkoord nastreeft, neemt het risicobudget van CO2-risico over tijd af en zal bij succesvolle invoering van risicomanagement de CO2-voetafdruk van het fonds zichtbaar moeten afnemen.

Contact:

Britt Mulder
Robert Leenes
Wilse Graveland

Nu, Institutioneel ook ontvangen?

Laat uw e-mailadres achter en u ontvangt de volgende editie automatisch in uw mailbox.

 

Eerdere edities: 

Meer over Client Solutions