Naar het overzicht

Nu, Institutioneel ‘Alternatieve beleggingen met een hoog en stabiel rendement’

27 september 2021

Het is niet de vraag óf, maar wanneer er een einde komt aan de huidige aandelenbullmarkt. Lage rentes en credit spreads bij obligaties maken dat er voor beleggers bijna geen ander alternatief is dan aandelen. Hierdoor zijn koersen sterk opgelopen.

De wetenschap dat de hausse op de aandelenmarkt enig moment eindigt en koersen corrigeren, maakt de zoektocht naar rendement voor langetermijnbeleggers uitdagend. Daarbij is de kans op een hogere inflatie toegenomen wat pleit voor beleggingen die beschermen tegen inflatie of daar juist van profiteren.

Daarom in deze editie van Nu Institutioneel aandacht voor alternatieve beleggingen. Die hebben vaak andere rendementsbronnen dan traditionele beleggingen zoals aandelen en obligaties en beschikken vaak over een inflatiecorrectiemechanisme.

1. Wat zijn alternatieve beleggingen? 
Alternatieve beleggingen zijn beleggingen waarvan het rendement niet een-op-een samenhangt met traditionele obligatie- en aandelenmarkten. De kenmerken en drijfveren voor rendement zijn anders dan bij beursgenoteerde beleggingscategorieën. Daarnaast kan het rendement ook stabieler zijn. Dit is bijvoorbeeld vaak het geval bij beleggingen die vaste inkomstencomponenten bevatten, zoals onroerend goed, infrastructuur en landbouw. Daarnaast zijn er categorieën met een rentecomponent, zoals structured credit, direct lending en distressed debt.

De liquiditeit van alternatieve beleggingen is vaak minder hoog. De term ‘liquiditeit’ wordt in de financiële wereld gebruikt om aan te geven hoe eenvoudig het is een belegging, bijvoorbeeld een aandeel, obligatie of beleggingsfonds, te kopen of verkopen. Een belegging is liquide als er veel aanbod en vraag is, als er op een beurs een transparante prijsvorming plaatsvindt en als er dagelijks in kan worden gehandeld. Denk bijvoorbeeld aan een categorie zoals large cap aandelen. De verhandelbaarheid van alternatieve beleggingen is minder groot omdat er minder vraag en aanbod is, of omdat ze niet aan een beurs zijn genoteerd. 

2. Wat zijn de voor- en nadelen van alternatieve beleggingen? 
De specifieke voor- en nadelen verschillen per beleggingscategorie. Maar er zijn wel algemene redenen te noemen die het beleggen in alternatieve categorieën ondersteunen. 
Alternatieve beleggingen bieden beleggers een aantrekkelijke aanvulling op beursgenoteerde beleggingscategorieën. Het toevoegen van deze beleggingen aan een portefeuille verbetert vaak het risico/rendementsprofiel. In de grafiek hieronder staat de oranje lijn voor een 100% traditionele portefeuille (aandelen/obligaties) en de witte lijn voor een portefeuille die 100% in alternatieve categorieën belegt. De groene lijn laat zien wat er gebeurt als er aan de 100% traditionele portefeuille 20% aan alternatieve beleggingen wordt toegevoegd. Het verwachte rendement van deze gecombineerde portefeuille is hoger bij een lager risico. 

Grafiek 1: Risico versus rendement bij traditionele en alternatieve beleggingen
Bron: Kempen Capital Management, september 2021

Alternatieve beleggingen bieden toegang tot alternatieve rendementsbronnen en sommige categorieën bieden kasstromen met een langetermijnkarakter. Onderstaande grafiek laat van alternatieve beleggingscategorieën zien waar hun rendement vandaan komt.

Grafiek 2: Alternatieve beleggingen en hun bronnen van rendement

Bron: Kempen Capital Management, september 2021

Op de lange termijn bieden alternatieve beleggingen vaak een vorm van bescherming tegen inflatie en leveren daarmee een bijdrage aan de reële pensioenambitie. 

Ook zijn er nadelen te noemen. Alternatieve beleggingen zijn vaak een stuk complexer dan beursgenoteerde beleggingen. Afhankelijk van de categorie kan de transparantie van de onderliggende beleggingen een stuk minder zijn. Ook is het veelal lastiger om een geschikte benchmark te vinden, waardoor het interpreteren en vergelijken van beleggingsresultaten lastiger is. 

Door hun complexiteit hebben alternatieve beleggingen meer impact op het governancebudget van het pensioenfonds. Ook zijn ze duurder in termen van beheerkosten.

3. Hoe reageren alternatieve beleggingscategorieën als de inflatie oploopt?
In de visie van Van Lanschot Kempen zijn de risico’s van een hogere inflatie toegenomen. Centrale banken kunnen hun ruime monetaire beleid - al dan niet bewust - te lang aanhouden nu de economie herstelt. Dat heeft een hogere inflatie tot gevolg en pleit voor beleggingscategorieën die een directe of indirecte koppeling met inflatie hebben. Die beschermen dan juist tegen inflatie of profiteren van hogere prijzen.

Alternatieve beleggingen hebben vaak een koppeling met reële, tastbare bezittingen en reële economische ontwikkelingen die kasstromen genereren. Voorbeelden zijn vastgoed dat huuropbrengsten genereert en landbouwgronden die pachtopbrengsten en gewassen voortbrengen. Hoewel ook de waarde van deze beleggingen kan fluctueren, leggen de directe opbrengsten - de kasstromen - een bodem onder de waardering. Hierdoor is die waardering minder beweeglijk. 

En als de inflatie oploopt, dan stijgt de opbrengst van alternatieve beleggingen vaak mee. Zo bevatten huurcontracten bij vastgoed en infrastructuur vaak een inflatiecorrectiemechanisme. Het toevoegen van deze categorieën aan een beleggingsportefeuille maakt de portefeuille dus beter bestand tegen inflatierisico’s.

4. Hoe maakt u als pensioenfonds een keuze uit alternatieve beleggingscategorieën?
Het is van belang om niet alle alternatieve beleggingscategorieën over één kam te scheren. De keuze voor een categorie begint met het toetsen van de aansluiting bij de beleggingsovertuigingen en beleidsuitgangspunten van uw pensioenfonds. Dit wordt veelal gedaan aan de hand van een ‘investment case’. 

Een belangrijk criterium dat wij bij een toetsing vaak voorbij zien komen is de complexiteit van de categorie. Om als pensioenfonds in control te zijn, is het van belang dat het bestuur helder voor ogen heeft hoe de belegging in elkaar zit wat betreft onderliggende rendement- en risicodrijvers, transparantie en complexiteit van de mogelijke implementatievormen. 

Een andere, steeds belangrijkere invalshoek is de mate waarin de duurzaamheidsambities van het pensioenfonds geïntegreerd kunnen worden in beleggingen. Beleggingscategorieën als infrastructuur en land- en bosbouw lenen zich daar goed voor vanwege de impact die ze kunnen hebben. Denk hierbij aan het aanleggen van windmolenparken of het investeren in regeneratieve landbouw. Bij een categorie als hedge funds of private equity speelt maatschappelijk verantwoord beleggen (MVB) vooralsnog een minder grote rol.

Het pensioenfonds kan meerdere alternatieve beleggingscategorieën geschikt vinden, maar de allocatieruimte kan beperkt zijn. Dan wordt vaak gekeken naar de relatieve rendementsverwachtingen en liquiditeitspremies. Ook is van belang hoe de categorie bijdraagt aan diversificatie van de portefeuille ten opzichte van de huidige portefeuille. 

5. Hoe zit het met alternatieve categorieën en het nieuwe pensioencontract? 
Het nieuwe pensioencontract biedt keus uit twee contractvormen: het Nieuwe Pensioencontract (NPC) en de Wet Verbeterde Premieregeling (WVP+). Bij het NPC lijkt er volop ruimte voor het opnemen van alternatieve beleggingen. De lange beleggingshorizon en het behoud van collectiviteit bieden bij uitstek de mogelijkheid om naar deze categorieën te alloceren.

Bij het NPC komt het Vereist Eigen Vermogen te vervallen, waardoor pensioenfondsen met name in een tekortsituatie minder knelpunten ervaren bij de inrichting van hun beleggingsportefeuille. De verwachting is, dat er een vrijval van vermogen plaatsvindt door het toepassen van leeftijdscohorten en bijbehorend meer op leeftijd toegepaste risicoprofielen. Dat werd in de (eerste fasen van de) opbouw nog naar renteafdekking gealloceerd. Het biedt volop kansen voor alternatieve beleggingen. 

Bij de WVP+ is de ruimte voor alternatieve beleggingen iets genuanceerder. Hier speelt namelijk de onvoorspelbaarheid van de allocatie naar deze beleggingen mee. Dat kan bijvoorbeeld voorkomen als individuele deelnemers veel keuzemogelijkheid hebben bij de beleggingsmix. Of wanneer het gereserveerde vermogen van veel deelnemers rond pensioendatum uitstroomt als gevolg van beperkte en/of onaantrekkelijke alternatieven in de uitkeringsfase. 

Om toch alternatieve beleggingen te kunnen opnemen, is het van belang de allocatie bij WVP+ enigszins voorspelbaar te maken. Dat kan door deze beleggingen onderdeel te maken van een deelportefeuille die voor meerdere leeftijdscohorten wordt ingezet. 

Kiest u in het nieuwe pensioencontract voor een WVP+ regeling? Dan is het van belang een balans te vinden tussen het bieden van keuzevrijheid voor de deelnemer en de toegevoegde waarde die een alternatieve beleggingscategorie kan hebben voor het realiseren van de ambitie van het pensioenfonds.

Contact:

Kornelis Buursma
Wilse Graveland
Britt Mulder

Nu, Institutioneel ook ontvangen?

Laat uw e-mailadres achter en u ontvangt de volgende editie automatisch in uw mailbox.

 

Eerdere edities: 

Meer over Client Solutions