Naar het overzicht

Pensioenakkoord & Commissie Parameters

28 juni 2019

Dat juni 2019 als een belangrijke maand de boeken ingaat, mag in pensioenland als bekend worden verondersteld. Des te meer is nog onbekend. Wat weten we wel en wat nog niet? En wat doet u in de tussentijd?

Pensioenakkoord & Commissie Parameters

1. Wat vond de Commissie Parameters?

Het advies van de commissie bevatte twee – voor pensioenfondsen – belangrijke onderdelen. In de eerste plaats ging het over welke rendementsverwachtingen men maximaal mag rekenen; deze liggen lager dan in de huidige situatie. Ten tweede leverde het advies een voorstel voor de nieuwe UFR (Ultimate Forward Rate, de rekenrente), die ook lager uitpakt en meer naar de marktrente toe kruipt. Met name dat laatste kwam als een grote verrassing, vooral door de timing zo vlak na de bekendmaking van het pensioenakkoord.

2. Wat betekent het UFR-advies en wat kunt u ermee op dit moment?

Doordat de rente nu zo laag is, zakken de meeste dekkingsgraden circa 4 tot 6 procentpunten als de nieuwe UFR gevolgd zou worden. De commissie geeft aan voor het bepalen van de juiste rentecurve weinig wetenschappelijke onderbouwing te hebben en raadt aan verder onderzoek te doen naar de rekenrente. Het is dus niet zeker of de nieuwe UFR er komt. Het zou echter vanuit beleggingsperspectief wel toegejuicht kunnen worden: wanneer de rekenrente meer lijkt op de marktrente, zal ook de waardering van pensioenverplichtingen meer lijken op de waardering van de beleggingen die een fonds aanhoudt. Hoewel de implementatie van de nieuwe UFR pas in 2021 plaatsvindt, denken ingewijden dat over een jaar een andere rentecurve voorgesteld zal worden. Daarom is het nu van groot belang voorzichtig te zijn met aanpassingen rondom de UFR. Onze tip: kijk niet te veel naar de nieuwe UFR, want het leidt af van de actuele problemen. U besteedt uw tijd beter door te kijken naar de lage rendementen en de consequenties daarvan op de premie en eventuele kortingen.

3. Hoe groot is de impact van de nieuwe maximaal te verwachten rendementen?

De maximaal te verwachten rendements- en inflatieparameters gaan omlaag in 2020. De parameters hebben vooral impact op de vaststelling van de gedempte premie op basis van verwacht rendement en op de herstelkracht zoals weergegeven in het herstelplan. Door de lagere herstelkracht zullen fondsen met een dekkingsgraad onder de 100% in 2020 dan ook mogelijk tegen een herstelplankorting aanlopen. In combinatie met het nieuwe pensioenakkoord is het om verschillende redenen echter de vraag hoe groot de impact van deze maximale rendementsverwachtingen op langere termijn zal zijn. Ten eerste rekenen veel fondsen in ALM-studies ter bepaling van hun strategisch beleid vaak al met lagere verwachte rendementen dan momenteel is toegestaan. Het eerste punt lijkt in het pensioenakkoord te sneuvelen. Hierdoor mogen fondsen de premie waarschijnlijk alleen nog op basis van de rekenrente vaststellen. Voor het herstelplan geldt dat dit wellicht overbodig wordt als gevolg van de nieuwe, eenvoudigere, spelregels voor korten en indexeren. Als dit alles bewaarheid wordt, zal de impact van deze lagere rendementsverwachtingen op termijn minimaal zijn.

4. Wat zijn de gevolgen voor u en de deelnemers van uw fonds?

De impact van de adviezen van de Commissie Parameters in combinatie met het nieuwe pensioenakkoord is dus nog onduidelijk. Het uitgewerkte wetsvoorstel moet nog worden gepresenteerd en behandeld in zowel de Tweede als de Eerste kamer. En hoe zal De Nederlandsche Bank vervolgens het nieuwe FTK hierop aanpassen? Met het nieuwe akkoord mogen pensioenfondsen sneller kortingen toepassingen als de dekkingsgraad onder de 100% duikt, maar ook sneller indexeren boven de 100%. Er staat echter weinig in het akkoord over de aan te houden buffers. In hoeverre gaat het Vereist Eigen Vermogen straks nog een rol spelen, in het herstelplan bijvoorbeeld?

5. Hoe zien de komende maanden eruit?

In hoeverre kunt u de komende periode bij het vaststellen van premies en herstelplannen nog uitgaan van de oude vastgestelde maximale parameters? Formeel zijn die in 2019 nog van kracht, maar moeten pensioenfondsen in het kader van prudent beleid niet alvast rekenen met de lagere verwachte rendementen? Voer voor discussie aan de bestuurstafel… Tegen de tijd dat alle maatregelen en veranderingen zijn doorgevoerd leven we in 2022. Tot die tijd zitten pensioenfondsen in een overgangssituatie, waarin bepaalde elementen reeds van kracht worden. Zoals de nieuwe, lagere grens van de minimaal vereiste dekkingsgraad. Waar een fonds tot nu toe in de gevarenzone kwam als de dekkingsgraad vijf jaar achtereen onder 105% lag, wordt dat nu vijf jaar onder 100%. De fondsen met een dreigende korting leken gered. Maar de heel sterke rentedaling van de afgelopen maanden en de lagere parameters die voor het herstelplan begin 2020 zullen gelden, zorgen ervoor dat bij een aantal fondsen straks een korting dreigt. U kunt de komende maanden gebruiken om na te denken over de beste vervolgstappen. Ons advies is terughoudend te zijn met uw eigen maatregelen. Gooi niet ineens uw beleggingsbeleid om, want er zijn nog te veel onzekerheden. De toekomstrichting van het stelsel is wel geschetst: we schuiven meer in de richting van koopkracht.

Contact:

Kornelis Buursma
Wilse Graveland

Nu, Institutioneel ook ontvangen?

Laat uw e-mailadres achter en u ontvangt de volgende editie automatisch in uw mailbox.

 

Eerdere edities: 

Meer over Client Solutions

News & Knowledge