Naar het overzicht

Kempen's Kijk: Komt er dan eindelijk een Europese bankenunie?

15 november 2019

 

Vorige week gebeurde er iets opmerkelijks. De Duitse minister van financiën Olaf Scholz schreef in een ingezonden stuk in de Financial Times dat Duitsland bereid is om een Europees depositogarantiestelsel te steunen. Dit stelsel zou een belangrijke stap zijn in de voltooiing van de Europese bankenunie. De opzet voor de bankenunie is in 2014 gestart met de verschuiving van het toezicht op banken naar de Europese Centrale Bank (ECB). Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop banken die in problemen geraken, gered of ontmanteld moeten worden. Maar de bankenunie is nooit afgerond, het is namelijk vooralsnog niet tot de laatste stap, een Europees garantiestelsel, gekomen.

Waarom een Europees stelsel?
Het grote voordeel van een Europees depositogarantiestelsel is dat dit stelsel de garantiestelling voor spaartegoeden (tot € 100.000) op Europees niveau regelt. Hiermee neemt de onderlinge afhankelijkheid van banken en overheid af. Die afhankelijkheid, die zich tijdens de Eurocrisis in alle hevigheid manifesteerde, ontstaat doordat overheden in problemen kunnen komen als ze banken moeten redden, en banken in problemen kunnen komen als overheden onder druk komen, door de grote hoeveelheid staatsobligaties die banken bezitten.

Waarom duurt het zo lang?
Traditioneel vinden de Noord-Europese landen dat banken eerst hun balansen moeten opschonen en versterken vooraleer sprake kan zijn van een Europeesgarantiestelsel. Nu blijkt uit statistieken van de ECB dat het percentage slechte leningen op de bankbalansen (‘non performing loans’) gestaag afneemt. Zo is het percentage in Italië de afgelopen drie jaar gehalveerd van 16 procent naar 8 procent, onder invloed van een garantieplan waarmee banken hun slechte leningen met een staatsgarantie kunnen verkopen. En in Griekenland is onlangs een vergelijkbaar plan geïntroduceerd, gericht op het terugbrengen van het percentage slechte leningen (dat nog altijd rond 40 procent ligt).

Deze trend vergroot de stabiliteit van de banken. Maar wat niet veranderd is, is dat vooral Zuid-Europese banken nog steeds grote hoeveelheden staatsobligaties uit eigen land in bezit hebben. De reden hiervoor is dat staatsobligaties momenteel volgens regelgeving voor banken (en voor verzekeraars) als risicovrije bezittingen worden beschouwd. Er hoeft dus geen kapitaalbuffer voor aangehouden te worden. En dit was dan ook precies waar minister Scholz tevens een voorstel voor deed: het introduceren van kapitaalseisen voor staatobligaties, gebaseerd op concentratie- en kredietrisico’s. Italië reageerde meteen afkeurend waardoor de rollen nu zijn omgedraaid, Duitsland is voor en Italië is tegen.

Mario Draghi zei onlangs dat het einde van de mogelijkheden voor de ECB om de economie te stimuleren in zicht komt. Overheden moeten wat hem betreft het stokje overnemen en een ruimer beleid voeren. Vooruitlopend op deze situatie zou het verstandig zijn om de afhankelijkheid tussen overheden en banken te verkleinen en de bankenunie snel te voltooien.

De auteur

Michel Iglesias del Sol

Aanmelden

Laat je e-mailadres achter en ontvang de nieuwste editie als eerste in je mailbox

News & Knowledge