Kempen (Lux) Euro High Yield Fund Class BN

Profiel

Kempen International Funds SICAV – Kempen (Lux) Euro High Yield Fund (het Fonds) belegt hoofdzakelijk in bedrijfsobligaties die een lagere kredietwaardigheid hebben (investment grade rating lager dan BBB-) en zijn genoteerd in euro’s. Het Fonds mag afwijken van de benchmark, de BofA Merrilll Lynch Composite Index, waarin alleen financiële instrumenten met een rating niet lager dan BB- zijn opgenomen.

Door een actief beleggingsbeleid wordt beoogd een hoger totaal rendement te behalen dan dat van de benchmark. Daartoe wordt een gespreide portefeuille samengesteld en worden beleggingsrisico’s continu gemonitord. De selectie van beleggingen in de portefeuille vindt plaats na grondige analyse van de voorwaarden waaronder de obligaties zijn uitgegeven. Deze aandelenklasse is nog niet actief en daarom zijn er geen historische gegevens beschikbaar. De historische rendementen van de I-klasse bieden een redelijk inzicht in historische rendementen van het fonds. Let op: deze I-klasse is 0,04% op jaarbasis goedkoper dan de BN-klasse en zodoende zijn de rendementen iets hoger dan de BN-klasse.

Klik voor informatie over de I-klasse hier.

Beheerteam

Alain van der Heijden, Joost de Graaf, Bart aan den Toorn, Harold van Acht, Lizelle du Plessis, Kim Lubbers, Tetiana Kharlamova, Arif Bagasrawalla

Rendement per 31-03-2022 (geïndexeerd)

Geen grafiek data beschikbaar

Rendement per 31-03-2022

Slide to see more
  Fonds Benchmark
1 maand 0,0 % -0,1 %
3 maanden -4,3 % -4,4 %
Dit jaar -4,3 % -4,4 %
2021 0,1 % 0,1 %
Sinds start (op jaarbasis) i -4,2 % -4,3 %
De getoonde rendementen zijn na aftrek van lopende kosten. De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.
Meer informatie is te vinden op de documentatiepagina van dit fonds.

Kerncijfers

Slide to see more
Totale omvang fonds
EUR 205,54 M 31-03-2022
Omvang aandelenklasse
EUR 37,88 M 31-03-2022
Aantal uitstaande aandelen/participaties
1.581.686 31-03-2022
Intrinsieke waarde i
EUR 23,25 30-04-2022
Het omloopsnelheidscijfer is per einde boekjaar van het fonds en wordt een keer per jaar geüpdatet.

Beleggingskarakteristieken per 31-03-2022

Slide to see more
  Fonds Benchmark
Aantal belangen 167 736
Duration i 3,9 4,1
Effectief rendement 3,2 %
Gewogen rating BB+ BB+

Ontwikkelingen per 31-03-2022

In maart liet de spread op de ICE BofA High Yield Composite index (Q964) een verkrapping van 40 basispunten zien tot circa 235 basispunten boven de swapcurve. Dit komt overeen met 280 basispunten boven de staatsleningencurve. De index behaalde een totaalrendement van -0,07%. De tienjaarsrente op Duitse staatsobligaties sloot maart af op +0,55%, een stijging van 41 basispunten ten opzichte van eind februari 2022.

De oorlog, de inflatiecijfers en het commentaar van centrale banken hielden in maart de markten in hun greep. In de eerste twee weken van de maand werden de spreads gekenmerkt door volatiliteit: ze fluctueerden sterk zonder echt te verbeteren. Vervolgens sloegen de markten de weg naar herstel in en verkrapten spreads aanzienlijk. De rally werd gevoed door de hoop dat de oorlog niet verder zou escaleren en dat onderhandelingen op niet al te lange termijn wellicht tot een (tijdelijke) wapenstilstand zouden leiden. Daarbij kwam dat er in de eerste weken van maart geen nieuwe emissies plaatsvonden; dit bood steun aan de onderliggende technische factoren. Door het optimistischere marktsentiment brokkelde bovendien de status van staatsobligaties als veilig toevluchtsoord langzaam af. De verkoophausse van staatsobligaties intensiveerde na iedere publicatie van inflatiecijfers. De tienjaarsrente op de Duitse Bund kwam voor het eerst sinds oktober 2018 boven 0,5%.

De oorlog heeft onmiskenbaar een effect op de energie- en grondstoffenprijzen en in het verlengde daarvan op de inflatie. Deze was echter al voor het uitbreken van de oorlog hoog en de inflatiedruk was bovendien vrij breed gespreid, vooral in de VS. De consumentenprijsinflatie (CPI) in de VS bedroeg in januari al 7,5% j-o-j en liep in februari verder op tot 7,9%. Hiermee bereikte de CPI de hoogste stand sinds januari 1982. De kerninflatie (CPI exclusief voedingsmiddelen en energie) nam toe van 6% naar 6,4%, de hoogste stand sinds augustus 1982. De inflatie is in de eurozone minder breed gespreid dan in de VS, maar neemt ook hier duidelijk toe. De totale inflatie (CPI) steeg van 5,1% in januari naar 5,8% in februari en het voorlopige cijfer voor maart liet een verdere stijging tot 7,5% zien. De kerninflatie trekt eveneens aan, maar wel in een geleidelijker tempo. Het verschil tussen de totale inflatie en de kerninflatie is in de eurozone dan ook veel groter dan in de VS. De kerninflatie in de eurozone bedroeg 2,7% j-o-j in februari tegen 2,3% in januari; het voorlopige cijfer voor maart is 3%.

De Amerikaanse arbeidsmarkt is nog steeds heel sterk. Het werkloosheidspercentage is verder gedaald naar 3,8%. De combinatie van hoge inflatie en een krappe arbeidsmarkt vertaalt zich in hogere looneisen. Het gemiddelde uurloon steeg in februari met 5,1% j-o-j. Dit ligt nog altijd ruim onder het inflatiepercentage, maar wel boven de geschatte productiviteitsgroei en zal vermoedelijk de inflatiedruk verder versterken. De inflatie blijft naar verwachting hoog en zal volgens ons pas afzwakken wanneer de Amerikaanse Federal Reserve (Fed) de monetaire teugels strak aanhaalt. Fed-bestuurders hebben in toespraken en verklaringen meermaals heel duidelijk aangegeven hiertoe bereid te zijn. De markten prijzen nu in dat eind dit jaar de rente met meer dan 250 basispunten is verhoogd. De markt lijkt voorts ervan uit te gaan dat het de Fed lukt om de inflatie te beteugelen, omdat in de afgelopen maand de lange rentes minder hard zijn gestegen dan de korte rentes. Eind maart was de 2j-10j-rentecurve zelfs omgekeerd. Dit is doorgaans een indicator voor een aanstaande recessie. Omdat de reële rentes nog duidelijk negatief zijn, is de signaalfunctie deze keer waarschijnlijk minder accuraat. De bbp-groei blijft vooralsnog sterk, de voorlopende economische indicatoren zijn onveranderd heel positief en het consumentenvertrouwen ligt nog altijd in de buurt van de recente hoge stand.

De economie van de eurozone wordt duidelijk harder geraakt door de oorlog en de verdere stijging van de energie- en grondstoffenprijzen. Hoewel de inkoopmanagersindices (PMI’s) nog steeds ruim boven 50, de grens tussen krimp en groei, liggen en de werkloosheid tot een historisch laagtepunt sinds het ontstaan van de eurozone is gedaald, zwakte in de meeste eurolanden het consumentenvertrouwen sterk af. De meeste economen verwachten ook dat de bbp-groei in de eurozone vertraagt richting 2% terwijl eerder nog op 3% à 3,5% werd gerekend. Tegen deze achtergrond verwachtten marktpartijen dat de Europese Centrale Bank (ECB) een relatief milde toon zou aanslaan, met minder nadruk op de noodzaak om de inflatie te bestrijden en meer aandacht voor de gevolgen van de oorlog voor de economische groei. Deze verwachting kwam echter niet uit. ECB-president Lagarde liet er geen twijfel over bestaan dat de inflatie nu de hoogste prioriteit heeft. De markt begreep de boodschap en gaat nu ervan uit dat eind 2022 de korte rente rond het nulpunt ligt.

De portefeuille liet aan het begin van de maand een outperformance zien en kon deze winst vasthouden toen de markt in de tweede helft van de maand opveerde. De markt bood een aantal aantrekkelijke beleggingskansen op het vlak van relatieve waarde. Wij hebben deze benut, waardoor de bèta iets toenam. Verder besloten we, gezien de relatieve kracht van de markt, om de bèta iets verder te laten oplopen. Dit bleek achteraf de juiste keuze te zijn, want de spreads namen daarna vrij sterk toe.

We zijn nu een punt genaderd waarop we ons weer voorzichtiger opstellen. De spreads zijn inmiddels niet zo aantrekkelijk meer en ons marktmodel bevindt zich duidelijk op negatief terrein.

De primaire high yield-markten lagen in markt bijna volledig stil. Dit staat in schril contrast met de markt voor bedrijfsobligaties met investment grade-rating, waar de activiteit op een redelijk normaal niveau lag. Het aanbod van high yield-obligaties bedroeg in maart EUR 1,7 miljard in Europese valuta’s, terwijl voor EUR 0,5 miljard Yankee-obligaties werden uitgegeven (exclusief financiële instellingen, inclusief FRN’s). De uitgifte van vastrentende obligaties in Europese valuta’s kwam uit op EUR 1,6 miljard, terwijl het voor maart gebruikelijke niveau rond EUR 9 à 10 miljard ligt.

Binnen het bredere high yield-universum was het niet verrassend dat obligaties met een B-rating beter presteerden dan BB-obligaties in de afgelopen maand. In het algemeen zijn B-obligaties minder gevoelig voor stijgende rentes omdat hun looptijd doorgaans korter is. Bovendien hebben ze meer een bètakarakter dan BB-papier, waardoor de spreadrally sterker in hun voordeel uitviel.

De vraag naar high yield-bedrijfsobligaties was in februari al zwak en deze trend hield in de eerste weken van maart aan. Dankzij het herstel dat halverwege de maand inzette, kwam er meer kapitaal beschikbaar en aan het einde van de maand was er weer sprake van enige kapitaalinstroom in high yield. Gemeten over de hele maand bleef de kapitaalstroom naar high yield echter nog duidelijk negatief.

In maart waren auto’s & onderdelen, telecommunicatie en reizen & recreatie de sectoren in de benchmark die achterbleven. Olie & gas en gezondheidszorg waren de best presterende sectoren.

De portefeuille behaalde een rendement van +0,08% (voor aftrek van kosten en vergoedingen). Dit was 15 basispunten beter dan het benchmarkrendement van -0,07%. Gedurende de maand varieerde de gevoeligheid van de portefeuille voor marktontwikkelingen tussen 94% en 98%. Hiermee was de portefeuille gematigd onderwogen in termen van marktrisico, met daarnaast een relatief omvangrijke positie in kasgelden en gedekte obligaties.

Onze positionering in auto’s & onderdelen, kasgelden, hybride obligatieleningen en reizen & recreatie leverde een positieve bijdrage aan het rendement, terwijl de positionering in banken, bouw & materialen en basismaterialen het rendement licht drukte. Op ondernemingsniveau waren negatieve bijdragen aan het rendement afkomstig van onze overwogen posities in Crown Holdings en OP Bank en onze onderwogen posities in Eircom. De overwogen posities in Seche Environment, IGT, LKQ en Nexi voegden waarde toe.

Het Fonds nam in maart deel aan obligatie-uitgiftes van Volkswagen (perpetuele obligaties) en Cellnex. In de financiële sector schreven we in op emissies van Banco do Sabadell en Deutsche Bank. Wij stellen ons bij het inschrijven op nieuwe uitgiftes nog altijd terughoudend op aangezien de uitgiftepremies uiteenlopen en onze marktvisie vrij negatief is.

Vooruitzichten
Begin februari wijzigden we onze marktvisie van neutraal tot licht negatief in vrij negatief. Ondanks de nog altijd sterke economische cijfers in de VS en Europa is het duidelijk dat de groei vertraagt. Hoewel de bedrijfsresultaten over 2021 in het algemeen goed zijn, signaleren we een agressiever aandeelhoudersvriendelijk gedrag; meer ondernemingen verhogen het dividend, starten omvangrijke programma’s voor de inkoop van aandelen of begeven zich op het fusie- en overnamepad. Nu de spreads weer het historisch laagtepunt naderen, worden de waarderingsniveaus aan de hoge kant geacht. Een extra overweging betreft de zware gevechten in Oekraïne. De technische factoren zijn nog steeds positief (de ECB blijft actief bedrijfsobligaties opkopen) maar het is onzeker wanneer hierin verandering komt. Voor 2022 verwachten we dat de spreads tussen ratingcategorieën groter worden. We zijn als gevolg hiervan onderwogen in het BB-segment. Tot slot zijn we ook onderwogen in het lange segment van de bedrijfsobligatiecurve. Dit houdt verband met het effect van de stijgende rentes op obligaties met langere looptijden. Dit komt ook tot uitdrukking in een duidelijke onderweging in marktwaarde van opvraagbare obligaties.

Deze aandelenklasse is nog niet actief en daarom zijn er geen historische gegevens beschikbaar. De historische rendementen van de I-klasse bieden een redelijk inzicht in historische rendementen van het fonds. Let op: deze I-klasse is 0,04% op jaarbasis goedkoper dan de BN-klasse en zodoende zijn de rendementen iets hoger dan de BN-klasse.

Klik voor informatie over de I-klasse hier.

Rendement per 31-03-2022 (geïndexeerd)

Geen grafiek data beschikbaar

Rendement per 31-03-2022

Slide to see more
  Fonds Benchmark
1 maand 0,0 % -0,1 %
3 maanden -4,3 % -4,4 %
Dit jaar -4,3 % -4,4 %
2021 0,1 % 0,1 %
Sinds start (op jaarbasis) i -4,2 % -4,3 %
De getoonde rendementen zijn na aftrek van lopende kosten. De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Dividenden

Slide to see more
Dividenduitkerend
Ja
Aantal dividenduitkeringen per jaar
2
Dividendkalender

Looptijdverdeling (31-03-2022)

Fonds
Benchmark
29,9 %
3-5 jaar
35,8 %
25,6 %
0-3 jaar
26,5 %
24,9 %
5-7 jaar
22,7 %
10,1 %
> 10 jaar
6,2 %
8,5 %
7-10 jaar
8,8 %
1,0 %
Cash
0,0 %
Totaal
100 %
100 %

Sectorverdeling (31-03-2022)

29,5 %
Consumentengoederen & diensten
23,9 %
Industrie
11,8 %
Telecom & technologie
9,7 %
Banken
6,1 %
Verzekeringen
4,5 %
Basismaterialen
3,4 %
Overig
3,2 %
Gezondheidszorg
3,1 %
Nutsbedrijven
2,7 %
Financiële dienstverlening & Onroerend Goed
2,1 %
Energie
Totaal
100 %

Ratingverdeling (31-03-2022)

0,6 %
AAA
2,5 %
A
16,8 %
BBB
75,6 %
BB
3,0 %
B
0,4 %
Not Rated
1,0 %
Cash
Totaal
100 %

Top 10 belangen (31-03-2022)

3,9 %
3.021% Ford Motor 2019-24
2,0 %
2.000% Kraft Heinz Foods 2015-23
1,9 %
2.750% Faurecia 2021-27
1,8 %
1.250% Cellnex Finance 2021-29
1,6 %
3.875% LKQ Italia Bondco 2016-24
1,5 %
2.750% Intl Consolidated Airlin 2021-25
1,5 %
1.875% Autostrade per Italia 2015-25
1,5 %
1.000% Cellnex Finance 2021-27
1,4 %
2.750% ZF Finance 2020-27
1,4 %
2.000% Nokia 2019-26
Totaal
18,6 %

Environmental and/or social characteristics promoted

Het Kempen Euro Credit Fund, het Kempen Euro Credit Fund Plus en het Kempen Euro High Yield Fund (de 'Fondsen') vallen onder artikel 8 van de SFDR. Dit betekent dat de Fondsen milieu- en/of maatschappelijke aspecten bevorderen. De Fondsen beleggen in een breed scala aan ondernemingen, waarvan sommige duurzaamheidsdoelstellingen nastreven.

We committeren ons aan de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs in de vorm van doelstellingen op de korte termijn (2025), een ambitie op de middellange termijn (2030) en een commitment op de lange termijn (emissieneutrale belegger in 2050). In 2025 willen we op schema liggen om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs en het Nederlandse Klimaatakkoord te realiseren. We volgen de vermindering in de markt volgens een pad dat in lijn met de EU-benchmarks is.

Fund carbon emission targets

ESG Investment process

Aan de bevordering van milieu- en/of maatschappelijke aspecten wordt invulling gegeven door de consistente implementatie van het ESG-beleid van het Fonds. Het ESG-beleid is volledig in het beleggingsproces van onze strategie verankerd via de drie relevante pijlers: uitsluiting, ESG-integratie en actief aandeelhouderschap.

Als onderdeel van het beleggingsproces beoordelen we het ESG-profiel van een onderneming. We kijken naar iedere onderneming afzonderlijk, waarbij we risico’s die in een bepaalde sector van materieel belang zijn, in aanmerking nemen, naast de risicopositie en (governance)praktijken van en informatieverschaffing door de betreffende onderneming. Ondernemingen waarin we beleggen, scoren we op governanceaspecten aan de hand van zowel extern onderzoek als interne evaluatie. Voorts onderzoeken we de betrokkenheid van de onderneming bij eerdere controversiële kwesties en toekomstige ESG-kansen. Op basis van de fundamentele ESG-analyse vormen we ons een mening over de kwaliteit van het ESG-profiel van een onderneming.

Exclusion

Het Fonds past uitsluitingscriteria toe. Hierbij worden internationale standaarden in aanmerking genomen, zoals het UN Global Compact Framework, de OECD Guidelines for Multinational Enterprises, de UN Guiding Principles for Business and Human Rights en onze Principles for Responsible Investment. Het Fonds past aanvullende uitsluitingscriteria toe op basis van betrokkenheid bij producten en bedrijfsvoering.

Key figures

  Kempen criteria Additional criteria
Business conduct
Human Rights
Labour
Environment
Anti Corruption
Product involvement
Controversial Weapons
Tobacco
Thermal Coal
Tar Sands
Adult Entertainment
Alcohol
Animal Welfare & GMO
Gambling
Power Generation Nuclear
Power Generation Carbon Intensive
(Un)conventional Oil & Gas Extraction
Weaponry

 

SWING FACTOR

Hier vindt u het overzicht met actuele swing factoren.

Lopende kostenfactor

Slide to see more
Beheervergoeding i
0,520 %
Service fee i
0,10 %
Taxe d'abonnement i
0,05 %
Verwachte lopende kosten i
0.67%

Gegevens aandelenklasse

Slide to see more
Aanduiding klasse
BN i
Type belegger
Institutioneel & Particulier
Dividenduitkerend
Ja
Benchmark i
BofA Merrill Lynch Composite Index
Referentie-index i
BofA Merrill Lynch BB-B High Yield Constrained Index
Duration hedged
Nee
Beleggingsstrategie
Bedrijfsobligaties
Universum
Bedrijfsobligaties genoteerd in euro
Datum van oprichting
26-10-2021
Vestigingsland
Luxemburg
Mag aangeboden worden aan alle beleggers in
Luxemburg, Nederland, Verenigd Koninkrijk
UCITS status i
Ja
Status
Open-end i
Basisvaluta
EUR
Valuta shareclass
EUR
Beheerder
Kempen Capital Management N.V.
Bewaarder en depotbank
BNP Paribas Securities Services S.C.A., Luxembourg branch

Verhandelbaarheid

Slide to see more
Minimale inschrijving
Eerste inschrijving: € 1
Beursnotering
nee
Handelsfrequentie
dagelijks
ISIN i
LU1624254048