Macro Outlook 2023

Europa gaat een moeilijk jaar tegemoet door verwachte economische krimp, de Verenigde Staten laat vermoedelijk slechts een bescheiden groei zien en China maakt zijn groeiambities niet meer waar. Zes prognoses over de wereldeconomie.

Vooruitblik 2023: 6 prognoses over de economie:

  1. Europa belandt in een recessie

  2. De VS blijven de economische krimp nipt voor (of net niet)

  3. China maakt zijn eigen groeiambities niet langer waar

  4. De vrees voor stagflatie, zoals in de jaren 70, is voorbarig

  5. Renteverschillen tussen eurolanden blijven (uiteindelijk) onder controle

  6. Rentemarkten in het Verenigd Koninkrijk komen weer tot rust

 

1. Europa belandt in een recessie 

2023 wordt economisch een moeilijk jaar voor Europa. Instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Europese Centrale Bank (ECB) voorzien in de eurozone nu nog een groei van 0,5% tot 0,9%. Dat lijkt aan de optimistische kant. Vermoedelijk worden deze verwachtingen neerwaarts bijgesteld. Een recessie met twee opeenvolgende kwartalen negatieve groei is zelfs aannemelijk. Voor heel 2023 komen we dan waarschijnlijk uit op een licht negatief groeigetal.

Tot het derde kwartaal van 2022 hield de Europese economie zich kranig. Onder meer door heropeningseffecten na de pandemie kwam de groei boven verwachting uit. Maar deze effecten ebben geleidelijk weg en worden verdrongen door de negatieve impact van hoge inflatie. Deze wordt vooral opgestuwd door de hoge energieprijzen. In reactie op de gestegen prijzen gaan lonen omhoog, maar onvoldoende om de koopkracht op peil te houden. Bovendien knaagt de huidige energieonzekerheid aan het vertrouwen van zowel burgers als ondernemers. Dit alles remt de economische groei.

Het ziet er helaas niet naar uit dat de oorlog in Oekraïne spoedig eindigt en daarom zal energie voorlopig duur blijven. De afgelopen maanden slaagde Europa erin om de gasvoorraden stevig aan te vullen, maar de komende lente en zomer moet dit opnieuw gebeuren met het oog op de winter van 2023-2024. Dat zal door de afgeknepen Russische aanvoer een stuk moeilijker worden. Met als gevolg beweeglijke maar aanhoudend hoge prijzen. 

Daarnaast is het aanbod op de oliemarkt krap. Door onderinvesteringen in de voorbije jaren en door de houding van de olieproducerende landen (OPEC): zij verminderen hun totale productie. Bovenop dit alles komt nog het strengere monetaire beleid van de Europese Centrale Bank. Geleidelijk zal het remmende effect van de hogere beleidsrentes doorsijpelen in de economie en de groei vertragen.

Is er dan helemaal niets positiefs te melden? Jawel, denk aan de investeringen uit het Herstelfonds dat de Europese Unie tijdens de pandemie lanceerde. En aan de financiële steun die overheden aan gezinnen en ondernemingen geven om de nood van de hoge energiekosten te lenigen. Al is de keerzijde hiervan dat deze steun de inflatie dreigt te bestendigen.

2. De VS blijven de economische krimp nipt voor (of net niet)
De VS kampen net als de eurozone met hoge inflatie, maar er zijn fundamentele verschillen tussen beide economische regio’s. De VS zijn zelfvoorzienend qua energie. Dat verhindert niet dat ook daar de prijzen omhoog gaan, maar het gebeurt wel in mindere mate én zonder onzekerheid over de levering. 

In zekere zin zitten de VS in een normale economische cyclus en reageert de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, met renteverhogingen om verdere oververhitting van de economie tegen te gaan. Met die kanttekening dat de oververhitting dit keer een bijzondere oorzaak heeft: de (méér dan) massale overheidssteun tijdens de pandemie.  
De renteverhogingen van de Federal Reserve zullen geleidelijk een remmend effect op de economie hebben. De matige groei van de reële lonen zorgt voor een daling van de binnenlandse vraag. Ook de export zal wellicht aan kracht inboeten, want de economische groei gaat wereldwijd omlaag. Tegelijkertijd maakt de sterke dollar het voor niet-Amerikanen duur om Amerikaanse producten te kopen. 

We schatten de economische groei in de VS volgend jaar op 0,5%. Matig, maar wel met minder neerwaarts risico dan in Europa waar het uiteindelijke groeicijfer waarschijnlijk onder de nullijn duikt. Dit verhindert niet dat ook in de VS twee kwartalen van negatieve groei (de definitie van een recessie) een reëel scenario is. Als de inflatie relatief snel onder controle komt en de arbeidsmarkt sterk blijft, kan bovenvermeld groeicijfer echter ook fors hoger uitvallen. 

3. China maakt zijn eigen groeiambities niet langer waar
De Chinese economie blijft in troebel vaarwater. De problemen in de vastgoedsector en het zero-Covid-beleid blijven op de economie drukken. Voor 2023 voorzien we een groei van 3% tot 4%. Dat is ruim onder de ambitie van 5% tot 6%. Alleen als de Chinese machthebbers het zero-Covid-beleid opgeven, komt deze doelstelling weer binnen bereik. 

Ook de rest van Azië ondervindt de nadelige impact van de moeizame gang van zaken in China. Belangrijke en exportgerichte economieën, zoals die van Zuid-Korea of Taiwan, hebben sowieso al tegenwind sinds het westerse consumptiepatroon na de coronapandemie normaliseerde: we kopen hier niet meer massaal goederen en besteden meer geld aan diensten. Iets waar trouwens ook China zélf last van heeft.

Voor China zijn er ook voor de langere termijn vraagtekens. Zo legt Peking de eigen technologiesector steeds strakker aan banden. Dat beknot het ondernemerschap en bijgevolg de economische vooruitgang. Opmerkelijk genoeg botst dit met de ambities van president Xi Jinping, die van China een land wil maken dat in technisch opzicht zelfvoorzienend is en een internationale toppositie inneemt. De steeds hardere houding van het westen jegens China helpt ook niet mee, zoals blijkt uit de exportbeperkingen voor hoogwaardige technologie die de Amerikaanse overheid onlangs verordonneerde.   

Vanaf de toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie in 2001 is het belang van China voor de wereldwijde economie alleen maar toegenomen. En het land blijft vanzelfsprekend belangrijk. Zowel door zijn omvang als door de handelsrelaties die ondertussen zijn gesmeed. Maar de hardere politieke opstelling van zowel China als het westen en de toegenomen onvoorspelbaarheid van het Chinese economische beleid maken dat veel westerse ondernemingen hun activiteiten deels naar andere landen verplaatsen. Ter illustratie: in 2022 vielen de directe Chinese investeringen door Europese ondernemingen met 12% terug.

China kampt daarnaast met vergrijzing. Tegen 2030 zal de bevolking op arbeidsleeftijd met ongeveer 50 miljoen afnemen. Tegen 2050 met bijna een vijfde. Onder die omstandigheden is het des te belangrijker de arbeidsproductiviteit op te krikken om de groei op peil te houden. Dat wordt er niet eenvoudiger op als Peking de economie steeds meer centraal wil aansturen en het land minder toegang heeft tot westerse technologie. 

4. De vrees voor stagflatie, zoals in de jaren 70, is voorbarig
De inflatie in de eurozone bereikt eind 2022 vermoedelijk zijn piek. Met percentages die nog enige tijd hoog blijven, maar niet verder opklimmen. Tenminste, als de energieprijzen (vooral van gas) niet te veel afwijken van de huidige niveaus. Dat blijft dé onzekere factor. 

Als de economische groei een tandje omlaag gaat, kan ook de kerninflatie (de inflatie zonder energie en voeding) naar een redelijker niveau dalen. Waarbij de doelstelling van de Europese Centrale Bank, een ‘gezonde’ inflatie van 2%, nog niet onmiddellijk binnen bereik komt. De omvangrijke overheidssteun, die de hoge energierekening van burgers en ondernemingen moet compenseren, heeft bijvoorbeeld een inflatoire invloed, net als de steunpakketten tijdens de pandemie.

We verwachten echter geen terugkeer naar de jaren 70, toen er jarenlang sprake was van stagflatie, een combinatie van hoge inflatie en stagnerende economische groei. Een belangrijke oorzaak daarvan was de beruchte loon-prijsspiraal: hoge prijzen leiden tot hogere looneisen, waarna de gestegen loonkosten vervolgens doorberekend worden in de prijzen die op hun beurt weer leiden tot hogere lonen enzovoort. We zien de lonen nu wel stijgen, maar niet in die mate dat ze wijzen op zo’n loon-prijsspiraal. 

In de eurozone voorzien de huidige CAO-afspraken in een loonstijging van gemiddeld zo’n 3%. Dat is een houdbaar tempo, als we uitgaan van een ‘gezonde’ inflatie van 2% en een jaarlijkse productiviteitsstijging van 1%. Een vuistregel zegt dat de optelsom van die twee de marge is voor hogere lonen zonder dat de inflatie structureel uit de hand loopt. Natuurlijk is er het risico dat de lonen uiteindelijk sneller zullen stijgen, maar de vertragende economie, de afgenomen macht van de vakbonden en de matigende invloed van tientallen jaren globalisering verkleinen dit risico.

5. Renteverschillen tussen eurolanden blijven (uiteindelijk) onder controle
In 2022 is het verschil tussen de tienjaarsrentes van Duitsland en Italië opgelopen van 1% tot 2,5%. Hoewel dit lager is dan tijdens de eurocrisis (ruim 5%), duidt het wel op potentiële spanningen in de eurozone. Moeilijke economische omstandigheden, strakker monetair beleid en een uiteenlopende impact van de energiecrisis in verschillende landen, kunnen die spanningen de komende maanden verder doen oplopen.

Of dat gebeurt en in welke mate, hangt onder meer af van de begrotingsplannen van de nieuwe Italiaanse regering. Tot op heden lijken die niet buitensporig, maar dat kan op enig moment veranderen. Premier Giorgia Meloni leidt immers een regering met populistische partijen.

Op Europees niveau barst de komende maanden de discussie los over een aanpassing van het Stabiliteits- en Groeipact, het regelgevend kader rond toegestane overheidstekorten en staatsschulden. Tot eind 2023 staan deze regels in de koelkast, maar iedereen beseft dat een terugkeer naar de oude normen van 3% tekort en 60% schuld niet realistisch is. De noodzakelijke bezuinigingen om deze normen snel te bereiken, zouden de economie in een diepe recessie storten en waarschijnlijk tot hevige politieke onrust leiden. De meningen verschillen hoe zo’n nieuw kader er dan wél moet uitzien. Zuidelijk Europa pleit voor maatwerk per land. Duitsland wil vasthouden aan algemene regels. 

Welk kader er uiteindelijk wordt afgehamerd, bepaalt de mate waarin de eurozone al dan niet terugkeert naar budgettaire versobering. Die beslissing heeft impact op de economie. Door de ervaringen na de eurocrisis, toen een strikter begrotingsbeleid het herstel remde, zal men die impact sterk willen beperken. Wat de vraag oproept hoe de financiële markten daarop zullen reageren. Die hebben onlangs het Verenigd Koninkrijk laten zien dat ze ál te ruime financiële plannen afstraffen door de obligatierentes hoger te duwen.     

Kortom, nieuwe spanningen op de kapitaalmarkten van de zwakkere eurolanden zijn niet uitgesloten. Een belangrijk verschil met de eurocrisis is dat de Europese Centrale Bank inmiddels instrumenten heeft opgetuigd om zulke spanningen onder controle te houden. Bijvoorbeeld programma’s om gericht obligaties op te kopen van landen die onder vuur komen. 

6. Rentemarkten in het Verenigd Koninkrijk komen weer tot rust
Het Verenigd Koninkrijk beleefde roerige tijden nadat op 6 september Liz Truss aantrad als premier. Terwijl de Engelse centrale bank vanwege de hoge inflatie en krappe arbeidsmarkt de beleidsrente al enige tijd aan het verhogen was, kondigde zij een zeer ruim begrotingsbeleid aan met € 50 miljard aan ongedekte belastingverlagingen. Omdat onduidelijk bleef waar dit geld vandaan moest komen, stegen de kosten om te lenen. De rente op Britse staatsobligaties liep vervolgens zo snel op dat pensioenfondsen in de problemen kwamen en de centrale bank zich genoodzaakt zag om in te grijpen. Waarna de politieke druk zo groot werd dat Truss na 45 dagen opstapte. 

De nieuwe regering onder leiding van Rishi Sunak vindt een evenwichtig begrotingsbeleid zeer belangrijk en wij verwachten dan ook niet dat de onrust op de rentemarkten in 2023 terugkeert. Men kijkt nu kritisch naar de overheidsuitgaven en de onder Truss voorgestelde belastingverlagingen zijn of worden binnenkort teruggedraaid. Dat het begrotingsbeleid en het monetair beleid van het Verenigd Koninkrijk nu meer in evenwicht zijn, zien we terug op de financiële markten. Rentestanden zijn inmiddels weer gelijk aan het niveau van voor het debacle met Truss’ belastingplannen.



Klik hier om de presentatie van de outlook 2023 te zien

Lees hier meer outlook stukken

Heeft u al nagedacht over het potentieel van de economie en financiële markten voor volgend jaar?

Blijf op de hoogte door je hieronder aan te melden