Highlights 2020

Highlights 2020

Figuur 7: Highlights 2020

De wijzers verzetten van verantwoord naar duurzaam beleggen

Kempen is jaren bezig geweest met het optimaliseren van de filosofie en processen voor verantwoord en duurzaam beleggen. Op die manier kunnen wij klanten ondersteunen bij het in stand houden en laten groeien van vermogen waarmee een reëel economisch rendement én een positieve impact op de maatschappij en het milieu worden gerealiseerd.
De verantwoorde beleggingsaanpak van Kempen steunt op vier pijlers: 

1. Uitsluiting en vermijding
Wij zijn van mening dat in de meeste situaties langdurige en geïnformeerde engagement de beste manier is om verbetering tot stand te brengen bij een onderneming. Er zijn echter verschillende situaties waarin Kempen een onderneming rechtstreeks uitsluit of vermijdt. Dit geldt onder meer voor ondernemingen die betrokken zijn bij de productie van controversiële wapens en die waarbij engagementinspanningen geen resultaat hebben opgeleverd. In 2020 hebben wij besloten om binnen twee jaar alle ondernemingen die de meerderheid van hun omzet halen uit steenkoolwinning en teerzandexploitatie uit  onze beleggingsportefeuilles waar we invloed hebben te verwijderen. Uitgebreide informatie over de sectoren en ondernemingen op onze uitsluitings- en vermijdingslijsten vindt u hier. 

2. ESG-integratie
Wij zijn van mening dat een analyse van ESG-factoren essentieel is om volledig inzicht te kunnen krijgen in wat een onderneming of andere entiteit uit ons beleggingsuniversum werkelijk waard is. ESG is vergaand geïntegreerd in de processen van al onze portefeuillebeheerders en fiduciaire adviseurs en wordt toegepast voor alle beleggingscategorieën. In 2020 hebben wij onze ESG-integratie verder uitgebreid. 

Beleggingsteams ontwikkelden een uniforme ESG-score waarmee verschillende teams de duurzaamheid van een willekeurige onderneming uniform kunnen beoordelen. Uitgebreide informatie over onze benadering van ESG-integratie vindt u hier.

Voor voorbeelden van ESG-integratie in dit verslag verwijzen we naar de paragrafen over onze respons op Covid-19, ons antwoord op de klimaatuitdaging en onze afstemming op de Sustainable Development Goals (SDG’s, duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN). 

3. Actief aandeelhouderschap
Wij gaan verantwoord om met het vermogen van onze klanten en zijn van mening dat dit onder meer inhoudt dat wij onze invloed moeten aanwenden om bij ondernemingen positieve veranderingen op strategisch, financieel, maatschappelijk, milieu- en governancegebied in gang te zetten. Dit betekent onder meer het voeren van een directe dialoog met ondernemingen, engagement in samenwerking met andere beleggers en het uitoefenen van ons stemrecht tijdens aandeelhoudersvergaderingen. In 2020 hebben wij een rechtstreekse dialoog gevoerd met 116 ondernemingen en waren wij betrokken bij collectieve engagements met 206 ondernemingen. Tijdens onze directe engagements hebben wij ruim honderd engagementmijlpalen bereikt. De uitkomsten van onze engagements worden verwerkt in onze ESG-integratieprocessen en dragen zo bij aan beperking van het portefeuillerisico en het realiseren van outperformance. Nadere informatie over onze benadering van actief aandeelhouderschap vindt u hier. 

Voor voorbeelden van actief aandeelhouderschap in dit verslag verwijzen we naar de paragrafen over onze respons op Covid-19 en ons antwoord op de klimaatuitdaging.

4. Positieve impact
Wij zijn van mening dat we zo veel mogelijk moeten beleggen in ondernemingen die groeien doordat ze een positieve reële impact hebben, zoals een bijdrage aan het realiseren van de SDG’s. In 2020 hebben wij een nieuwe dataleverancier geselecteerd die het mogelijk maakt dat wij nu voor het eerst coherente en betrouwbare cijfers kunnen bijhouden en rapporteren over de bijdrage die sommige van onze aandelenportefeuilles leveren aan de SDG’s. Daarnaast blijft onze Global Impact Pool groeien. Dit fonds belegt expliciet in ondernemingen die behalve financieel rendement ook een concrete positieve maatschappelijke en milieu-impact willen realiseren. 

Het Duurzaamheidsspectrum

Om een gemeenschappelijke visie op duurzaamheid binnen ons hele bedrijf te bevorderen, hebben wij in 2019 ons Duurzaamheidsspectrum aangescherpt. Met dit spectrum kunnen alle stakeholders bepalen of een financieel product of instrument alleen maar is gericht op het vermijden van schade (‘avoid harm’) of dat de duurzaamheidsdoelstellingen ambitieuzer zijn. 

Figuur 8: Duurzaamheidscores voor de Kempen-pooloplossingen

Wij gaan niet alleen een engagement aan met ondernemingen waarin we beleggen, maar spreken ook met externe beheerders van onder meer vastrentende en aandelenfondsen, hedgefondsen en private-equityfondsen over hun commitments en prestaties met betrekking tot ESG. In 2020 zijn wij proactief een dialoog aangegaan met 32 beheerders. Dit betrof 22 externe managers van beursgenoteerde fondsen, die werden benaderd door het team dat zich bezighoudt met de selectie van beheerders, 2 beheerders van niet-beursgenoteerde vastgoedfondsen, alle 5 beheerders die zijn vertegenwoordigd in de Global Impact Pool en 3 beheerders van alternatieve strategieën.  

"Het tempo waarmee de duurzaamheidsambities van onze klanten groter worden is ongelooflijk en dat zien we terug in onze lijst van goedgekeurde beheerders. Waar een paar jaar geleden het grootste gedeelte van deze onze lijst bestond uit beheerders die viel in de categorie  “avoid harm” en het aantal oplossingen in de categorie “do good” beperkt was, zagen we in 2020 een verdere verschuiving richting “do good”. Binnen deze laatste categorie zijn er zelfs nieuwe maatwerkoplossingen naar wensen van onze klanten ontwikkeld."
Wouter van der Stee, Investment Manager Research & Selection

Scores voor externe beheerders

In 2020 hebben wij ons ingespannen om ervoor te zorgen dat alle onderdelen van de groep, van private equity tot private banking, het Duurzaamheidsspectrum toepassen om scores toe te kennen aan externe beheerders of de duurzaamheidsvoorkeuren van klanten te bepalen. Als onderdeel hiervan heeft het team dat verantwoordelijk is voor het selecteren en volgen van beheerders, de overgrote meerderheid van de beheerders waarmee we samenwerken in kaart gebracht. Dit stelt ons in staat om vast te stellen welke plaats hun producten innemen binnen ons spectrum. Bij het toekennen van scores aan beheerders maken we onderscheid tussen beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde/alternatieve beleggingsfondsen. De scoremethodologie voor beheerders is voor de verschillende beleggingscategorieën in overeenstemming met de pijlers. De exacte score-elementen verschillen echter per beleggingscategorie. 

Kempen had per eind 2020 een score bepaald voor 83 beursgenoteerde fondsen. Deze vertegenwoordigen ongeveer 24% van ons beheerd vermogen . De ESG-scores van deze fondsen variëren tussen 2 en 5, waarbij 2 staat voor Basic, 3 voor Avoid harm, 4 voor Do better en 5 voor Do good. Als percentage van het beheerd vermogen: 2% van de fondsen valt in de categorie Basic, 15% in de categorie Avoid harm, 7% in de categorie Do better. Minder dan 1% van het beheerd vermogen was ondergebracht bij beheerders die een score 5 (Do good) kregen volgens het Duurzaamheidsspectrum. De ESG-scores voor de 83 fondsen zijn als volgt verdeeld over de vijf duurzaamheidsniveaus: 0% Compliant, 26% Basic, 52% Avoid harm, 18% Do better en 4% Do good. 

Een behoorlijk aantal fondsen krijgt nog steeds maar een score 2 en dit zijn vooral legacy, passieve fondsen met adviesmandaten waarbij klanten vrij zijn om te kiezen waarin ze beleggen. Wij hebben onze klanten zo veel mogelijk geadviseerd om hun vermogen over te hevelen naar duurzamere fondsen met een score op ten minste niveau 3. Het grootste deel van het vermogen van onze institutionele klanten is al belegd in fondsen met een score op niveau 3 of 4. Het aantal fondsen en de hoeveelheid beheerd vermogen op niveau 5 is nog steeds gering, maar we zien dat klanten steeds meer belangstelling krijgen voor beleggingen die een duurzame oplossing bieden voor dringende wereldwijde problemen, zoals klimaatverandering, of die gericht zijn op het realiseren van bepaalde duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s). De onderstaande tabellen tonen de verdeling van de scores volgens het Duurzaamheidsspectrum voor onze externe beheerders van beursgenoteerde beleggingscategorieën.

Figuur 9: Duurzaamheidsscores van externe managers

Toekennen van scores aan onze funds of funds

In 2020 zijn wij begonnen – en voor onze impactbeleggingsfondsen verder gegaan – met het toekennen van scores aan fondsen die beleggen in niet-beursgenoteerde en alternatieve vermogenscategorieën (onze Kempen Pool-oplossingen). De ESG-scores zijn niet volledig in overeenstemming met die voor de bovengenoemde beursgenoteerde beleggingscategorieën, maar geven wel een goede indicatie van de ESG-aanpak van die fondsen. In 2020 zijn 56 fondsen beoordeeld op ESG. 9% hiervan kreeg de score Basic, 43% kreeg de score Avoid harm, 38% de score Do better en 11% kreeg de score Do good. Alle fondsen die zijn opgenomen in de Global Impact Pool hebben een score 5 (Do good), de meeste private-marketsfondsen kregen de score 3 (Avoid harm) of 4 (Do better) en het grootste deel van de fondsen binnen de categorie alternatieve strategieën werd beoordeeld met een score 3 (Avoid harm). In 2021 willen wij aan nog meer fondsen een ESG-score toekennen en waar nodig het assortiment verder op het Duurzaamheidsspectrum afstemmen.

VERDER GAAN DAN ‘AVOIDING HARM’

In 2020 hebben wij samen met een van onze fiduciaire klanten - en een grote aanbieder van ESG-data en indices - een duurzaamheidsindex op maat ontwikkeld voor de Europese aandelenbeleggingen van deze klant.

De maatwerkindex bestaat uit ongeveer tweehonderd ondernemingen. Dit zijn vooral bedrijven met een hoge ESG-score, die een positieve bijdrage leveren aan de SDG’s en een kleine CO2e-voetafdruk hebben. Bij het samenstellen van de index gaf onze klant duidelijk aan dat de oplossing verder moest gaan dan niveau 3 (Avoid harm) van ons duurzaamheidsspectrum. Uitgangspunten van de klant waren een best-in-class ESG benadering, het vermijden van controversiële sectoren en activiteiten en het actief bijdragen aan het realiseren van drie SDG’s. De SDG’s die van belang zijn voor de klant zijn de SDG’s die bijdragen aan klimaatactie, gezondheidszorg en betaalbare en duurzame energie. Omdat een dergelijke oplossing nog niet beschikbaar was in de markt hebben wij daarom samen met onze klant en de ESG-dataleverancier en index ontwikkelaar een index ontwikkeld die voldoet aan de duurzaamheidsambities van de klant.

De indexmethodologie die is ontwikkeld, beloont onder andere ondernemingen die positief bijdragen aan het klimaat en sluit bijvoorbeeld zeer vervuilende bedrijven uit. Hierdoor heeft de index een veel kleinere CO2e-voetafdruk in vergelijking met de standaard Europese aandelenindex. De indexmethodologie is er bovendien op gericht ondernemingen te overwegen die bijdragen aan de behandeling van veelvoorkomende ziektes, de bescherming van voedselveiligheid (voeding) en de voorkoming van vervuiling. Farmaceutische ondernemingen worden tevens beoordeeld op hun prijsbeleid en of zij eerlijke toegang tot medicijnen mogelijk maken. De index staat nog in de kinderschoenen, maar het is heel positief dat het resultaat in 2020 de standaard index ruim overtrof.

De index wordt op dit moment gebruikt voor de Europese aandelenbeleggingen van de klant, maar de klant is van plan om deze indexmethodologie ook te gaan gebruiken voor de andere regio’s binnen de aandelenallocatie. Andere klanten – pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen – hebben sindsdien dit voorbeeld gevolgd en zijn in de loop van 2020 ook gaan beleggen volgens deze index. Wij verwachten dat begin 2021 ruim € 2 miljard van ons beheerd vermogen belegd zal zijn op basis van deze indexmethodologie.

Figuur 10: CO2-voetafdruk van een maatwerkindex

  • In een maatwerkindex kan het klimaatprofiel sterk worden verbeterd ten opzichte van zowel de Europe-index als de ESG Leaders-index en de SRI-index, zonder dat de tracking error sterk toeneemt.
  • De tracking error van de maatwerkindex is zelfs lager dan die van de Europe SRI-index. Dit komt doordat een relatief klein aantal ondernemingen verantwoordelijk is voor het grootste deel van de CO2-uitstoot.